Art. 2 Regeling mandaat, volmacht en machtiging Rijksgebouwendienst 1998, Bevoegdheden plaatsvervangend Directeur-Generaal
Regeling mandaat, volmacht en machtiging Rijksgebouwendienst 1998
1. De aan de Directeur-Generaal krachtens de Regeling taken en bevoegdheden VROM 1998 verleende bevoegdheden worden door middel van mandaat, volmacht of machtiging doorgegeven aan de plaatsvervangend Directeur-Generaal.
2. De in lid 1 bedoelde bevoegdheden worden doorgegeven met inachtneming van artikel 7 en 8.