Bijlage 4 Uitvoeringsregeling BSE 1998-III
Uitvoeringsregeling BSE 1998-III
Het doel van het programma Diensten 1998 is het bijdragen aan de realisatie van de energiebesparingsdoelstelling utiliteitsbouw, zoals die is geformuleerd in de Derde Energienota. Ook projecten die voor 2000 gerealiseerd worden, maar hun bijdrage aan de energiebesparing grotendeels na 2000 leveren, komen in aanmerking voor een subsidie uit dit programma. Het programma is ingedeeld in vier onderdelen. De soorten projecten die voornamelijk voor subsidie in aanmerking komen, zijn: Ten behoeve van techniekontwikkeling en stimulering in zowel de nieuwbouw als bestaande bouw komen in 1998 de volgende projecten voor subsidie in aanmerking: haalbaarheidsprojecten, onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, praktijkexperimenten, demonstratie- en marktintroductieprojecten en kennisoverdrachtsprojecten die er op gericht zijn nieuwe technieken, methodieken of systemen voor de gebouwschil die een substantiële bijdrage kunnen leveren aan het realiseren van besparingen in de nieuw- en bestaande utiliteitsbouw, grootschalig in de markt toegepast te krijgen. Met bedrijven, instellingen of branches uit de utiliteitsbouw, met name de zakelijke dienstverlening, de detailhandel en horeca, het onderwijs en de zorgsector, worden door de overheid meerjarenafspraken gemaakt waarin wordt vastgelegd op welke wijze er gewerkt zal gaan worden aan de realisatie van besparingsdoelstellingen. Naast de meerjarenafspraken wordt er met grote branches samengewerkt om op gestructureerde wijze kennisoverdracht plaats te laten vinden naar de individuele instellingen en bedrijven die binnen de branche vallen. In 1998 komen die projecten voor subsidie in aanmerking die plaatsvinden in het kader van meerjarenafspraken of branche-aanpakken of gemeentelijke besparingsplannen gericht op gemeentelijke gebouwen en faciliteiten. Het kan daarbij gaan om haalbaarheidsprojecten, onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, praktijkexperimenten, demonstratie- en marktintroductieprojecten en kennisoverdrachtsprojecten die er op
- onderzoeksprojecten, praktijk experimenten en kennisoverdrachtsprojecten die gericht zijn op de ontwikkeling en toetsing van hulpmiddelen die gebruikt worden om tot een energie-efficiënt gebouwontwerp te komen;
- haalbaarheids- en demonstratieprojecten die zich richten op het verbeteren van de marktsituatie voor het bouwen op een aanzienlijk lager energetisch niveau dan de energieprestatie-norm (EP-norm); projecten komen voor ondersteuning in aanmerking als het streven is minimaal 25% onder de EP-norm van 1995 te gaan bouwen;
- het betreft hier voornamelijk gebouwen uit de sector kantoren, sector detailhandel & horeca, zorgsector en de sector onderwijs;
- haalbaarheids- en demonstratieprojecten die zich richten op te renoveren gebouwen met zodanige beperkende technische omstandigheden dat zij vrijstelling krijgen om aan de energieprestatiecoëfficiënt (EPC eis) in het Bouwbesluit te voldoen, met als doel een energetisch niveau te realiseren dat tenminste overeenkomt met de energieprestatie-eisen in het Bouwbesluit (EPC-eis);
- kennisoverdrachtprojecten m.b.t energieprestatienormering; deze projecten dienen een voortzetting te zijn van het reeds eerder door Novem opgezette kennisoverdrachts-traject inzake energieprestatienormering; voor deze projecten komen in dit verband branche-organisaties uit de bouwwereld in aanmerking voor subsidie.
- a. de slaagkans van het project;
- b. de milieuverdienste van het project;
- c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen;
- d. de mate waarin het project past in een aanwezig innovatie-traject van de aanvrager of van anderen;
- e. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstellingen van het programma;
- f. de nieuwheid van het project;
- g. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt;
- h. de kostprijs(verlaging) van een voor het programma relevante techniek;
- i. de mate waarin relevante kennisoverdracht plaatsvindt.
- toepassing van nieuwe dan wel vernieuwende technologieën;
- het geven van nieuwe toepassingen aan bestaande technologieën.