Art. 5 E-wet, Uitvoering en toezicht
Elektriciteitswet 1998 (E-wet)
1. De Autoriteit Consument en Markt is belast met de aan haar opgedragen taken ter uitvoering van het bepaalde bij of krachtens deze wet, verordening 2019/943, verordening 2019/942verordening 2019/941 en verordening 1227/2011, alsmede met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, verordening 2019/943, verordening 2019/942 en verordening 1227/2011.
2. De Autoriteit Consument en Markt is de regulerende instantie, bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de richtlijn, artikel 2, onder 12, van verordening 2019/941 en en artikel 2, onder 2, van verordening 2019/943.
3. De Autoriteit Consument en Markt houdt bij de uitoefening van de haar op grond van deze wet toegekende taken en bevoegdheden rekening met artikel 36 van de richtlijn.
4. De Autoriteit Consument en Markt werkt, onder meer teneinde de nationale markten op één of meer geografische gebieden als bedoeld in artikel 34, derde lid, van verordening 2019/943 te integreren en samenwerking tussen de netbeheerder van het landelijk hoogspanningnet en buitenlandse instellingen die op grond van nationale wettelijke regels zijn belast met het beheer van een transmissiesysteem als bedoeld in artikel 2, onderdeel 4, van de richtlijn in deze gebieden aan te moedigen, samen met:
a. instellingen in andere lidstaten van de Europese Unie die op grond van nationale wettelijke regels zijn belast met de toepassing van de regels op het gebied van elektriciteit;
b. Acer.
5. De Autoriteit Consument en Markt draagt bij aan de compatibiliteit van gegevensuitwisselingsprocessen voor de belangrijkste marktprocessen in één of meer geografische gebieden als bedoeld in artikel 34, derde lid, van verordening 2019/943.
6. De Autoriteit Consument en Markt beslist over de goedkeuring van de door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet gehanteerde congestiebeheersprocedures voor landsgrensoverschrijdende netten.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 23 juli 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BX4127
- HR 17 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1070
- CBb 23 juli 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BX4120
- Rb. 's-Gravenhage 24 juni 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ2507
- Rb. Rotterdam 5 december 2006, ECLI:NL:RBROT:2006:BA8924
- HR 30 maart 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ4063
- Hof Den Haag 7 juli 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1121
- Conclusie A-G Drijber 17 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:587
- Hof 's-Gravenhage 1 februari 2011, ECLI:NL:GHSGR:2011:BP3088
- CBb 28 mei 2014, ECLI:NL:CBB:2014:201
- CBb 21 februari 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BV7304
- CBb 4 februari 2004, ECLI:NL:CBB:2004:AO4265
- CBb 28 maart 2003, ECLI:NL:CBB:2003:AF7150
- CBb 2 augustus 2002, ECLI:NL:CBB:2002:AE7299
- Rb. Utrecht 28 mei 2003, ECLI:NL:RBUTR:2003:AF9373
- Rb. Rotterdam 16 januari 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:140
- Rb. Rotterdam 16 januari 2008, ECLI:NL:RBROT:2008:BC4114
- Rb. Den Haag 20 maart 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:2987
- Rb. Den Haag 12 oktober 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:17266
- Conclusie A-G Wissink 23 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:25