Art. 8 Wet Raad voor de Transportveiligheid, Inrichting en samenstelling
Wet Raad voor de Transportveiligheid
1. Een van de leden van de raad wordt bij koninklijk besluit benoemd tot voorzitter.
2. De raad wijst één van de leden van de raad aan als plaatsvervangend voorzitter van de raad.
3. Een lid is niet tegelijkertijd voorzitter van de raad en van een van de kamers.