Bijlage 7 Uitvoeringsregeling BSE 1998-II
Uitvoeringsregeling BSE 1998-II
Het algemene doel van het programma Agrarische Sector is de realisatie van een grotere energie-efficiency in de agrarische sector, met name bij de individuele agrariërs, ter ondersteuning van het overheidsbeleid om te komen tot 33% verbetering van de energie-efficiency in de periode 1995 - 2020 en een toename van het aandeel duurzaam opgewekte energie in de energievoorziening tot 10% in diezelfde periode. Het programma Agrarische Sector geeft ondersteuning aan de totstandkoming en uitvoering van meerjarenafspraken (MJA's) in de agrarische sector. Het programma is ingedeeld in twee onderdelen: glastuinbouw en bloembollen- en paddestoelensector. De doelstelling van dit onderdeel is om, overeenkomstig de MJA-E glastuinbouw, te komen tot een verbetering van de energie-efficiency van 50% in de periode tussen 1980 en 2000; tevens wordt gestreefd naar een verbetering van de energie-efficiency van 30% voor de periode tussen 1989 en 2000. Voorts richt dit onderdeel zich binnen het kader van de MJA op de uitvoering van het Jaarplan 1998 en de nota "Nieuwe Aanpak 1996 - 2000" van de Stuurgroep MJA-E glastuinbouw. Belangrijke thema's in de Nieuwe Aanpak zijn: individuele binding, integratie van energie- en milieubeleid, herstructurering, kennisoverdracht en voorlichting, onderzoek, ontwikkeling en demonstratie, onderwijs en scholing, warmtekracht en restwarmte. In het kader van de herstructurering van de glastuinbouw richt dit onderdeel zich vooral op stimulering van een optimale energiebenutting (bijvoorbeeld projecten op het gebied van clustering, energie-infrastructuur etc.) in zowel bestaande als nieuwe glastuinbouwgebieden. De belangrijkste soorten projecten die voor ondersteuning in aanmerking komen zijn haalbaarheidsprojecten die zijn gericht op het optimaliseren van de energiebenutting in nieuwe en bestaande glastuinbouwgebieden. De belangrijkste soorten projecten die voor ondersteuning in aanmerking komen zijn kennisoverdrachtsprojecten die zijn gericht op voorlichting
- haalbaarheidsprojecten gericht op het vlak van energiezuinige kasconcepten en kasdekmaterialen;
- onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten gericht op nieuwe vormen van energievoorziening (turbines, brandstofcellen, warmtepompen), toepassing van duurzame energie, betere benutting van licht en energie alsmede energiezuinige kasconcepten en kasdekmaterialen;
- demonstratieprojecten met betrekking tot nieuwe, geavanceerde, energiezuinige systemen voor energievoorziening en -benutting;
- kennisoverdrachtsprojecten gericht op het overdragen van innovatieve kennis ten aanzien van de verbetering van de energie-efficiency aan intermediairen (toeleveranciers, kassenbouwers, installateurs en voorlichters) alsmede aan groepen tuinders;
- praktijkexperimenten met betrekking tot apparaten, systemen en/of technieken gericht op de verbetering van de energie-efficiency;
- demonstratieprojecten met betrekking tot apparaten, systemen en/of technieken op het gebied van de verbetering van de energie-efficiency;
- a. de slaagkans van het project;
- overkoepelende en regionale stands- en vakorganisaties en verenigingen van glastuinders;
- instellingen en bureaus voor (praktijkgericht) onderzoek, voorlichting en praktijk- en beroepsonderwijs;
- installateurs, kassenbouwers, leveranciers en fabrikanten van bedrijfsuitrusting en kassen, alsmede van onderdelen daarvan;
- adviesbureaus.
- individuele glastuinders, mits samenwerkend met één van de andere genoemde doelgroepen;
- verenigingen van glastuinders;
- voorlichtingsinstellingen en particuliere adviesbureaus;
- innovatiecentra en instellingen voor praktijk- en cursusonderwijs;
- (regionale) branche- en vakorganisaties;
- projectbureaus en -groepen;
- verenigingen voor bedrijfsontwikkeling (studieclubs);
- technische adviesbureaus;
- fabrikanten en toeleverende industrie;
- kassenbouwers en installatiebedrijven.
- overkoepelende en regionale stands- en vakorganisaties;
- instellingen en bureaus voor (praktijkgericht) onderzoek, voorlichting en praktijk- en beroepsonderwijs;
- installateurs, kassen-, schuren- en werkplaatsbouwers, bouwers van teeltcellen;
- leveranciers van bedrijfsuitrusting;
- adviesbureaus;
- individuele agrarische bedrijven (uitgezonderd onderdeel 2.1).