Bijlage 5 Uitvoeringsregeling BSE 1998-II
Uitvoeringsregeling BSE 1998-II
Het doel van het programma is het bevorderen van energiebesparing in de Nederlandse industrie, opdat 19% efficiencyverbetering van het energieverbruik, exclusief grondstoffen, wordt bereikt in het jaar 2000 ten opzichte van 1989, conform de doelstelling van de Vervolgnota Energiebesparing. Om de doelstellingen te bereiken zijn voor de industrie een aantal instrumenten opgezet, met name Meerjarenafspraken (MJA's), het Besluit Tenders Industriële Energiebesparing (TIEB), de Subsidieregeling energiebesparings- en milieu-adviezen (E&M) en het onderhavige programma. Verder zijn er integrale milieu taakstellingen (IMT's) vastgelegd in milieuconvenanten voor enkele sectoren waar energie-efficiency verbetering een onderdeel van is. Het programma is ingedeeld in drie onderdelen. Dit onderwerp is gericht op de metalektro sector, ijzergieterijen, de oppervlaktebehandelingssector, de industriële loonkoel- en vriesbedrijven, de industriële natwasserijen en strijk-inrichtingen, de tapijtfabrikanten, de waterleidingbedrijven en op industriële bedrijven waarmee een MJA overige industrie is afgesloten dan wel wordt afgesloten en met een jaarlijks energiegebruik van minimaal 0,1 PJ. Via meerjarenafspraken en milieuconvenanten zijn met deze bedrijfstakken afspraken gemaakt over de wijze waarop de betreffende bedrijfstakken zullen bijdragen aan de bovengenoemde doelstelling. Dit onderdeel beoogt in de bedrijfstakken waarmee meerjarenafspraken of milieuconvenanten zijn gemaakt, de doelstellingen van die meerjarenafspraken en milieuconvenanten te realiseren. De soorten projecten die in 1998 voor subsidie in aanmerking komen, zijn haalbaarheids-, onderzoeks- of ontwikkelings-, demonstratie-, marktintroductie- en kennisoverdrachtprojecten en praktijkexperimenten die binnen bovengenoemde bedrijfstakken gericht zijn op: Dit onderwerp is gericht op de Energiedistributiebedrijven (EDB's) en gelieerde bedrijven ten behoeve van het realiseren van hun doelstellingen zoals vermeld in het Milieu Ac
- het opstellen van meerjarenplannen en monitoringsystematieken voor een bedrijfstak;
- het verbeteren van de energiehuishouding in bedrijven, zoals integraal energiebeheer, procesintegratie en procesregelingen;
- het ontwikkelen van energiebesparingstechnieken;
- het verbeteren of vernieuwen van branchespecifieke procestechnologie gericht op de verbetering van de energie-efficiency.
- het opstellen van plannen van aanpak voor (inter-)provinciale of (inter-)regionale verzorgingsgebieden;
- het uitvoeren van projecten in samenwerking met sectoren waarmee een MJA of milieuconvenant is of zal worden afgesloten.
- het opstellen van plannen die energielevering in de vorm van warmte, koude, mechanisch vermogen of perslucht gedeeltelijk ter vervanging van gas- of elektriciteitslevering mogelijk maken;
- het ontwikkelen van vormen van dienstverlening die een energie-efficiency verbetering bij industriële gebruikers stimuleert.
- a. de slaagkans van het project;
- b. de milieuverdienste van het project;
- c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen;
- d. de nieuwheid en de oorspronkelijkheid van het project en de hoeveelheid relevante informatie die met het project aan de bestaande kennis wordt toegevoegd;
- e. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstellingen van het programma;
- f. de bijdrage van het project aan de realisatie van de meerjarenafspraken en milieuconvenanten;
- g. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt;
- h. de kostprijsverlaging van voor het programma relevante technieken;
- i. ide mate waarin relevante kennisoverdracht mogelijk is.
- de mate waarin het project bijdraagt aan een verbetering van de huidige situatie op het gebied van emissies;
- de mate waarin wordt vermeden dat verschuivingseffecten van milieuproblemen van het ene milieucompartiment naar het andere optreden.
- het toepassen van nieuwe dan wel vernieuwende technologieën;
- het geven van nieuwe toepassingen aan bestaande technologieën;
- (vergaande) procesintegratie.
- organisaties en bedrijven binnen bovengenoemde bedrijfstakken;
- energiedistributiebedrijven en gelieerde bedrijven;
- overkoepelende branche-organisaties en individuele bedrijven;
- instellingen voor onderzoek en hoger of wetenschappelijk onderwijs;
- leveranciers en fabrikanten van productie-apparatuur of processen, alsmede van procesonderdelen;
- adviesbureaus.