Bijlage 3 Uitvoeringsregeling BSE 1998-II
Uitvoeringsregeling BSE 1998-II
Het doel van het programma is het bevorderen van energiebesparing in de Nederlandse industrie, opdat in het jaar 2000 19% efficiencyverbetering van het energieverbruik, exclusief grondstoffen, wordt bereikt ten opzichte van 1989, conform de doelstelling van de Vervolgnota Energiebesparing. Om de doelstelling te bereiken, is voor de industrie een aantal instrumenten opgezet, met name meerjarenafspraken (MJA's), het Besluit tenders industriële energiebesparing (TIEB), de Subsidieregeling energiebesparings- en milieu-adviezen (E&M) en het onderhavige programma, dat in het kader van het Besluit subsidies energieprogramma's is gericht op de chemische industrie, de aardolie-industrie en de olie- en gaswinning. Met de chemische industrie is op 24 november 1993 een meerjarenafspraak afgesloten. Met de raffinaderijen is op 1 september 1994 een meerjarenafspraak afgesloten. Met de olie- en gaswinningsbedrijven is op 11 juni 1996 eveneens een meerjarenafspraak afgesloten. Het programma richt zich op ondersteuning van de meerjarenafspraken en het bereiken van een zo groot mogelijke energie-efficiency verbetering in de betreffende bedrijfstakken. Het programma is ingedeeld in twee onderdelen. Dit onderdeel richt zich op de chemische industrie. De voornaamste soorten projecten die in 1998 voor subsidie in aanmerking komen, zijn haalbaarheidsprojecten, onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, praktijkexperimenten, kennisoverdrachtprojecten, demonstratieprojecten en marktintroductieprojecten gericht op: Dit onderdeel richt zich op raffinaderijen, cokesfabrieken en olie- en gaswinning. De voornaamste soorten projecten die in 1998 voor subsidie in aanmerking komen, zijn haalbaarheidsprojecten, onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, praktijkexperimenten, kennisoverdrachtsprojecten, demonstratieprojecten en marktintroductieprojecten gericht op: De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstelling van het programma wordt tevens bepaald door de volgende aspecten: Toe
- verlaging van het totale energieverbruik van een fabriek;
- vernieuwing en verbetering van processen;
- verbetering van scheidingsbewerkingen, zoals distillatie, membranen en smeltkristallisatie;
- verbetering van apparaten, zoals reactoren en procesfornuizen;
- verbetering van warmtewisselende apparatuur en introductie van nieuwe typen warmtewisselaars, bijvoorbeeld compacte warmtewisselaars.
- verlagen van het totale energiegebruik van de fabriek resp. installatie;
- verbetering van processen;
- verbetering van scheidingsbewerkingen zoals distillatie en membranen;
- verbetering van apparaten, zoals compressoren, reactoren en procesfornuizen;
- verbetering van warmtewisselende apparatuur en introductie van geavanceerde nieuwe typen warmtewisselaars.
- a. de slaagkans van het project;
- b. de milieuverdienste van het project;
- c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen;
- d. de nieuwheid en oorspronkelijkheid van het project en de hoeveelheid relevante informatie die met het project aan bestaande kennis wordt toegevoegd;
- e. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstellingen van het programma;
- f. de bijdrage van het project aan de realisatie van een meerjarenafspraak;
- g. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt;
- h. de mate waarin relevante kennisoverdracht plaatsvindt.
- het toepassen van nieuwe, dan wel vernieuwende technologieën;
- het geven van nieuwe toepassingen aan bestaande technologieën;
- vergaande procesintegratie.