Bijlage 11 Uitvoeringsregeling BSE 1998-II
Uitvoeringsregeling BSE 1998-II
Het doel van het REV-programma is het leveren van een bijdrage aan het energiebesparingsbeleid van de overheid als geformuleerd in de Derde Energienota voor de sector Verkeer en Vervoer op het gebied van technologische ontwikkeling, innovatie, vervoerslogistiek en gedragsbeïnvloeding. Het programma is ingedeeld in twee onderdelen. Dit deel richt zich op het bevorderen van industrieel onderzoek en industriële ontwikkeling in Nederland met betrekking tot verhoging van de energie-efficiency van wegvoertuigen. De voornaamste soorten projecten die in 1998 voor subsidie in aanmerking komen zijn onderzoek- of ontwikkelingsprojecten die mede gefinancierd worden door de industrie en die betrekking hebben op: Dit deel richt zich op verbreding van het pakket energiedragers in het wegtransport. Hiermee wordt beoogd een bijdrage te leveren aan een zo hoog mogelijke energie efficiency. In 1998 komen voor subsidie in aanmerking projecten betreffende industrieel onderzoek en ontwikkeling en praktijkexperimenten die aan dit doel bijdragen. Projecten betreffen het gebruik van bestaande motorbrandstoffen in nieuwe toepassingen, of alternatieve motorbrandstoffen in huidige voertuigconcepten in het wegtransport. Tevens komen projecten voor subsidie in aanmerking waarbij de ontwikkelde brandstofsystemen geschikt gemaakt worden om te voldoen aan de eisen gesteld voor eerste montage door automobielfabrikanten. Dit programma-onderdeel richt zich op verbetering van de efficiency van het goederenvervoer. Belangrijke sturingselementen hierin zijn het aantal ritkilometers van het vervoer over de weg, de beladingsgraad en het energiegebruik per tonkilometer. Projecten dienen een voorbeeldfunctie te vervullen. In aanmerking voor subsidie komen projecten die een verbeterde efficiency van het goederenvervoer tot rechtstreeks gevolg hebben, en projecten ter verbetering van ketenlogistiek (transportnetwerken) en logistieke dienstverlening. Dit programma-onderdeel beoogt om via een planmatige en resul
- ontwikkeling van hybride aandrijfsystemen of componenten daarvan voor wegvoertuigen;
- voortzetting van reeds eerder in het kader van het REV programma ondersteunde ontwikkeling van vliegwielsystemen voor voertuigaandrijvingen;
- haalbaarheidsonderzoeken en industriële onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten gericht op vermindering van het eigen gewicht van vrachtauto?s (incl. opbouwen, aanhangers en opleggers) ter verbetering van de energie-efficiency.
- het implementeren van producten die bijdragen aan een zuiniger aankoop- en rijgedrag door het aanvullen resp. uitbreiden van communicatie-activiteiten van intermediaire organisaties, koepels en (clusters) van bedrijven met een individueel of gezamenlijk wagenpark van tenminste 40 auto?s;
- praktijkexperimenten en demonstratieprojecten gericht op het toepassen en nader uittesten van reeds ontwikkelde producten met een besparingspotentieel voor automobilisten en beroepschauffeurs;
- educatie, opleidingen en cursussen; het ontwikkelen en toepassen van scholingsactiviteiten gericht op het bereiken van een zuiniger rijstijl. De voorkeur wordt gegeven aan projecten die worden uitgevoerd door opleidingsinstanties die reeds activiteiten op dit gebied ontplooien.
- a. de slaagkans van het project;
- b. de milieuverdienste van het project;
- c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen;
- d. de mate waarin het project aansluit bij een aanwezig innovatietraject, van de aanvrager of van anderen;
- e. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de doelstelling van het programma;
- f. de mate van betrokkenheid van de industrie of organisaties van eindgebruikers;
- g. de relevantie voor technologische clusters in Nederland;
- h. de nieuwheid van het project;
- i. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt;
- j. de mate waarin relevante kennisoverdracht plaatsvindt.
- het toepassen van nieuwe dan wel vernieuwende technologieën;
- het geven van nieuwe toepassingen aan bestaande technologieën.
- fabrikanten van transportmiddelen,
- fabrikanten van componenten en deelsystemen voor transportmiddelen,
- organisaties op het gebied van verkeer en vervoer,
- vervoerbedrijven, verladers,
- instellingen voor onderzoek en hoger of wetenschappelijk onderwijs.