Art. 2 Bhsrmb
Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer (Bhsrmb)
1. Dit besluit is van toepassing op een inrichting waarbij:
a. uitsluitend of in hoofdzaak sprake is van:
1°. een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis of daaraan verwante inrichting waar tegen vergoeding logies wordt verstrekt, dranken worden geschonken of spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt, of
2°. een gelegenheid tot zwemmen of baden;
b. uitsluitend of in hoofdzaak sprake is van een of meer voorzieningen of installaties voor:
1°. het in een besloten ruimte dansen of geven van dansonderricht;
2°. het in een besloten ruimte onderrichten van muziek of toneel, of oefenen of houden van muziek-, toneel- of daarmee verwante uitvoeringen;
3°. het in een besloten ruimte vertonen van films, houden van presentaties, vergaderingen of congressen, of tentoonstellen van gebruiksvoorwerpen of voortbrengsels van kunst, cultuur of wetenschap;
4°. het in de open lucht of in een besloten ruimte beoefenen van sport in wedstrijdverband, ter voorbereiding van wedstrijden of voor recreatieve doeleinden, of
5°. het in de open lucht vertonen van films, houden van muziek-, toneel- of daarmee verwante uitvoeringen, of tentoonstellen van gebruiksvoorwerpen of voortbrengsels van kunst, cultuur of wetenschap;
c. uitsluitend of in hoofdzaak gelegenheid wordt geboden tot het deelnemen aan kansspelen of om mee te dingen naar prijzen of premies door enige kansbepaling of tot het gebruiken van speelautomaten, of
d. uitsluitend of in hoofdzaak:
1°. recreatief dagverblijf wordt geboden of waar een of meer voorzieningen aanwezig zijn voor recreatieve doeleinden met een capaciteit van ten hoogste 500 000 bezoekers per jaar;
2°. recreatief nachtverblijf wordt geboden in ten hoogste 400 vakantiewoningen, of
3°. recreatief nachtverblijf wordt geboden in ten hoogste 750 trekkershutten of door middel van een kampeerterrein als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet op de openluchtrecreatie, met een capaciteit van ten hoogste 750 kampeermiddelen.
2. Dit besluit is eveneens van toepassing op inrichtingen waarin uitsluitend of in hoofdzaak sprake is van een samenstel van bedrijvigheden als bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met d.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 27 augustus 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BE9316
- ABRvS 14 februari 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC4658
- ABRvS 29 mei 2007, ECLI:NL:RVS:2007:BA6453
- ABRvS 15 juni 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AT7445
- ABRvS 8 september 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AQ9940
- ABRvS 27 augustus 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AI1489
- Conclusie A-G Machielse 5 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AQ4385
- HR 5 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004:AQ4385
- Hof 's-Hertogenbosch 19 november 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BG4641
- Hof 's-Hertogenbosch 28 oktober 2008, ECLI:NL:GHSHE:2008:BG1797
- Hof 's-Hertogenbosch 11 december 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BD2911
- Hof Leeuwarden 23 oktober 2009, ECLI:NL:GHLEE:2009:BK1171
- Hof Leeuwarden 4 februari 2009, ECLI:NL:GHLEE:2009:BH1926
- Hof Arnhem 19 november 2010, ECLI:NL:GHARN:2010:BO5085