Bijlage 3 Regeling permanente eisen
Roestschadegradatie bij maximum functieverlies per onderdeel of per bevestiging van een onderdeel Algemene bouwwijze van het voertuig roestschadegradatie beoordelingsprincipe volgens paragraaf 2, artikel … Totale bevestiging van de personenruimte en niet-kantelbare 8E 2.2.19 cabine aan het chassis Kantelcabine totale bevestiging van de vergrendeling 6E 2.2.19 totale bevestiging van de scharnieren 6E 2.2.19 Deurstijl 4E 2.2.17 Dorpel: de dorpellengte is de lengte tussen de deurstijlen 4E 2.2.17 per deuropening. Hoofdlangsbalk 6E 2.2.17 Hoofddwarsbalk 6E 2.2.17 Hulplangsbalk 4E 2.2.17 Hulpdwarsbalk 4E 2.2.17 Balkje zonder dragende functie, ter versteviging van een 1E 2.2.17 plaatdeel Plaatdelen Bodemplaat ter plaatse van "voetsteun" 4E 2.2.18 Deurplaat 1E 2.2.18 Kofferbodem 4E 2.2.18 Kofferbodem belast door bevestiging brandstoftank of 8E 2.2.18 koppelinrichting Kofferdeksel 1E 2.2.18 Motorkap 1E 2.2.18 Plaatdeel waaraan verlichtingsarmatuur is bevestigd 4E 2.2.18 Schutbord 2E 2.2.18 Voorste of achterste buitenscherm 2E 2.2.18 Wielkast 2E 2.2.18 Raamstijl 4E 2.2.17 Motor Totale motorbevestiging 8E 2.2.19 Totale brandstoftankbevestiging aan carrosserie of chassis 8E 2.2.19 Krachtoverbrenging Bevestiging per punt van de aandrijving 8E 2.2.19 Assen Bevestiging van de reactie-arm of panhardstang 8E 2.2.19 Bevestiging van het bovenste of onderste 8E 2.2.19 wielgeleidingselement Ophanging Bevestiging van de schokdemper 6E 2.2.19 Bevestiging van de veer 8E 2.2.19 Bevestiging van de veerhand of veerschommel 8E 2.2.19 Stuurinrichting Bevestiging van de hulppitmanarm 8E 2.2.19 Bevestiging van het stuurhuis per bout 8E 2.2.19 Bevestiging van de overige onderdelen 8E 2.2.19 Reminrichting Bevestiging van de hoofdremcilinder 8E 2.2.19 Bevestiging van het rempedaal 8E 2.2.19 Carrosserie Bevestiging per punt van de autogordel 8E 2.2.19 Deursloten en -scharnieren bevestiging van de scharnieren dan wel 6E 2.2.19 geleiding schuifdeur per deur bevestiging van de sloten per deur 6E 2.2.19