Art. 3.10.1 Regeling permanente eisen, Aanhangwagens met een toegestane maximum massa van niet meer dan 750 kg achter personenauto's, achter bedrijfsauto's en achter driewielige motorrijtuigen

Regeling permanente eisen

1. Zijmarkeringslichten moeten zijn aangebracht aan elke zijkant van het voertuig.

2. Zijmarkeringslichten moeten in de lengterichting van het voertuig als volgt zijn aangebracht:

ten minste één zijmarkeringslicht moet zich in het middelste derde gedeelte van het voertuig bevinden;

de onderlinge afstand tussen de zijmarkeringslichten mag niet meer dan 3,00 m bedragen, tenzij dat door de constructie van het voertuig niet mogelijk is, in welk geval deze afstand meer dan 3,00 m doch niet meer dan 4,00 m mag bedragen;

de afstand van het meest naar voren gelegen zijmarkeringslicht tot de uiterste voorzijde van het voertuig mag niet meer dan 3,00 m bedragen;

de afstand van het meest naar achter gelegen zijmarkeringslicht tot de uiterste achterzijde van het voertuig mag niet meer dan 1,00 m bedragen.

3. Zijmarkeringslichten moeten zijn aangebracht op een hoogte van niet minder dan 0,35 m en niet meer dan 1,50 m boven het wegdek. Indien het door de constructie van het voertuig niet mogelijk is de zijmarkeringslichten aan te brengen op een hoogte van niet meer dan 1,50 m boven het wegdek, mogen zij op een hoogte van meer dan 1,50 m doch niet meer dan 2,10 m boven het wegdek zijn aangebracht.