Art. 2.8.34 Regeling permanente eisen, Beproeving van een bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg op een rollenremtestbank
1. Bij de vaststelling van de maximale remkrachten zoals bedoeld in artikel 2.8.33, tweede lid, onderdeel a, moet het volgende in acht worden genomen:
de pedaalkracht respectievelijk de remdruk hoeft niet bij alle assen gelijk te zijn;
bij de remtest moet het rempedaal langzaam worden ingetrapt en op het moment van aflezen worden vastgehouden;
1°. de maximale remkracht wordt bereikt wanneer:
1°. een pedaalkracht van 700 N wordt uitgeoefend,
2°. één of meer wielen van het voertuig blokkeren, of
3°. de rollenremtestbank afslaat.
2. Indien de remkracht op één wiel tussen twee waarden schommelt of de remkrachten op beide wielen tussen twee waarden schommelen, moeten per wiel de minimale en maximale remkracht worden gemiddeld en wordt dit gemiddelde gebruikt als remkracht voor dat wiel.