Bijlage 2 Uitvoeringsregeling BSE 1998-I
Uitvoeringsregeling BSE 1998-I
Het doel van het programma is het bevorderen van de toepassing van de brandstofceltechnologie in Nederland door middel van onderzoek en ontwikkeling alsmede praktijkexperimenten. De activiteiten dienen aan te sluiten bij en voort te bouwen op de belangrijkste verworvenheden van de in Nederland opgebouwde kennis en kunde bij de instituten en industrie. De activiteiten dienen er tevens toe te leiden dat een zodanig ontwikkelingsniveau in stand gehouden wordt dat Nederland kan participeren in internationale samenwerkingsorganisaties zoals EU en IEA. De participaties moeten zowel op het vlak van de ontwikkeling van brandstofcellen als van systemen plaats vinden. De voornaamste soorten projecten die in 1998 voor subsidie in aanmerking komen, zijn onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten en praktijkexperimenten gericht op: 1. voortzetting van lopende, reeds eerder door Novem ondersteunde MCFC-ontwikkelingsprojecten die met name gericht zijn op aansluiting bij internationale samenwerkingsverbanden; 2. voortzetting van onderzoek- en ontwikkelingsprojecten leidend tot een commercialiseerbare SOFC van het vlakke plaat concept. Verkenning en eventueel uitwerking van nieuwe SOFC-concepten; 3. voortzetting van lopende, reeds eerder door Novem ondersteunde ontwikkelingen op het gebied van de SPFC ten behoeve van een technologische verkenning en van een mogelijke kostprijsreductie; identificatie en stimulering van nieuwe SPFC-ontwikkelingen in Nederland; 4. het verkrijgen van voor Nederland nieuwe kennis van brandstofcelsystemen voor stationaire toepassingen, alsmede het analyseren en oplossen van knelpunten in de componenten van deze systemen. De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstellingen van het programma, wordt tevens bepaald door de volgende aspecten: a. de slaagkans van het project; b. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de doelstellingen van het programma; c. de energie- en milieuverdienste van het project; d. de relevantie voor ander