Bijlage III Rvga: voorschriften voor het meten en berekenen van de concentraties van de componenten in de rookgassen die vrijkomen bij het verbranden van gevaarlijke afvalstoffen
Regeling verbranden gevaarlijke afvalstoffen (Rvga)
In de voorschriften in deze bijlage wordt verstaan onder: Het zuurstofgehalte wordt herleid op droog rookgas. Bij de installatie worden zodanige voorzieningen aangebracht, dat het uitvoeren van de metingen op verantwoorde wijze mogelijk is. De voorzieningen, bedoeld in 4, worden aangebracht na goedkeuring van het bevoegd gezag of na goedkeuring van een door het bevoegd gezag aan te wijzen instelling. De ter controle van een emissie-eis geïnstalleerde monstername- en analyse-apparatuur, alsmede de apparatuur voor de registratie en automatische verwerking van de meetresultaten dient, nadat de emissie-eis op de installatie van kracht is geworden, te allen tijde goed te functioneren. De apparatuur wordt jaarlijks getest. Bij een continue meting wordt aangetoond dat met goed functionerende apparatuur is gemeten. Ingeval bij de werking van de apparatuur, bedoeld in voorschrift 6, een storing optreedt, worden: De storing, bedoeld in 8, dient onverwijld aan het bevoegd gezag te worden gemeld. De continue metingen voor de bepaling van de concentratie aan: Het bevoegd gezag kan bepalen dat mag worden afgeweken van voorschrift 10 onder a, b, c, e, en g, indien meetresultaten worden verkregen die niet meer dan de meetonnauwkeurigheid, bedoeld in 29, verschillen van meetresultaten verkregen met de metingen volgens de bij die onderdelen vermelde normen of richtlijnen en indien ten minste een gelijke herhaalbaarheid wordt verkregen als met de metingen volgens de in 10, onder a, b, c, e en g bedoelde normen of richtlijnen. De afzonderlijke metingen van de concentraties aan: Het bevoegd gezag kan bepalen dat mag worden afgeweken van het voorschrift 12, a en b, indien meetresultaten worden verkregen die niet meer dan de meetfout verschillen van meetresultaten verkregen met de metingen volgens de bij die onderdelen vermelde normen of richtlijnen en ten minste een gelijke herhaalbaarheid wordt verkregen als met de metingen volgens de in 12, onder a en b bedoelde normen of richtlijnen.
- a. standaardcondities: omstandigheden gevormd door een temperatuur van 273 Kelvin en een druk van 101,3 kiloPascal;
- b. het 2-seconden niveau: het niveau in de oven waarop de verblijftijd van de rookgassen in de oven twee seconden bedraagt, gerekend vanaf een niveau dat zich 1 meter stroomafwaarts van de laatste verbrandingsluchttoevoer bevindt;
- c. ovenbelasting: hoeveelheid warmte die in een oven vrijkomt per ovenvolume en per tijdseenheid.
- 2.1 De massaconcentratie van de in bijlage I, onder 4, bedoelde componenten wordt herleid tot droog rookgas met een temperatuur van 273 Kelvin, een druk van 101,3 kiloPascal en een volumegehalte aan zuurstof van:
- a. 11 procent in die gevallen waarin het werkelijke zuurstofgehalte meer dan 11 volumeprocent bedraagt;
- b. 3 procent, indien uitsluitend brandbare vloeibare afvalstoffen als bedoeld in artikel 3 worden verbrand;
- c. een bij nadere eis door het bevoegd gezag in de vergunning vastgestelde waarde, indien de gevaarlijke afvalstoffen in een atmosfeer van zuivere zuurstof worden verbrand.
- 2.2 De massaconcentratie van de in bijlage II, onder 4, bedoelde componenten wordt herleid tot droog rookgas met een temperatuur van 273 Kelvin, een druk van 101,3 kiloPascal en indien het zuurstofgehalte meer is dan 11%, eveneens tot 11% zuurstof.
- 2.3 Wanneer de emissies van een verontreinigende stof in het rookgas niet wordt verminderd, geschiedt de herleiding met betrekking tot de in 2.1 en 2.2 vermelde zuurstofgehaltes ook indien het over dezelfde periode als voor de betrokken verontreinigende stof gemeten zuurstofgehalte lager is dan het relevante standaard zuurstofgehalte.
- a. onverwijld de nodige maatregelen genomen om aan de storing een einde te maken;
- b. geen wijzigingen in het gebruik van de installatie aangebracht, die een substantiële stijging van de uitworp van de te meten verontreinigende component te weeg kunnen brengen.
- a. koolmonoxide wordt uitgevoerd volgens richtlijn VDI 2459 Blatt 6 (1980);
- b. stof wordt uitgevoerd volgens richtlijn ISO 10155 (1995);
- c. CxHy wordt uitgevoerd volgens richtlijn VDI 3481 Blatt 3 (1992), waarbij de toegepaste detector dient te voldoen aan de eisen als, bedoeld in 29 van deze bijlage;
- d. waterstofchloride wordt uitgevoerd volgens een methode in overeenstemming met de algemeen aanvaarde meetpraktijk;
- e. zwaveldioxide wordt uitgevoerd volgens ISO 7935 (1992).
- f. waterdamp wordt uitgevoerd met een methode in overeenstemming met de algemeen aanvaarde meetpraktijk.
- g. zuurstof wordt uitgevoerd volgens de norm CAN/CSA-Z223.2-M86 (1986).
- a. waterstoffluoride worden uitgevoerd volgens NEN 2819 (1994);
- b. zware metalen, alsmede cadmium, thallium en kwik worden uitgevoerd volgens NVN 2817 (ontwerp 1994);
- c. PCDD’s en PCDF’s worden uitgevoerd volgens NEN-EN 1948 (1996).
- a. De omrekening van een gehalte van een rookgascomponent betrokken op een volume van het rookgas onder standaardcondities inclusief het volume van de daarin aanwezige waterdamp, naar een volume van het rookgas onder standaardcondities exclusief het daarin aanwezige waterdamp, wordt uitgevoerd met de volgende formule: Hierin is: Cn = gehalte betrokken op droog rookgasmensel onder standaardcondities [vol% droog of mg/m3 droog]; Cn’ = gehalte betrokken op vochtig rookgasmengsel onder standaardcondities [vol% nat of mg/m3 nat]; fn = vochtgehalte betrokken op droog rookgasmengsel onder standaardcondities [kg/m3 droog]; 0,804 = gewicht van 1 m3 waterdamp onder standaardcondities, waarbij waterdamp wordt beschouwd als een ideaal gas [kg/m3].
- b. De omrekening van een gehalte van een rookgascomponent betrokken op een droog gasmengsel onder standaard condities, naar een gehalte betrokken op een droog gasmengsel onder standaardcondities van 11% O2 wordt uitgevoerd met de volgende formule: Hierin is: Cn(11% O2) = gehalte betrokken op droog rookgasmengsel onder standaardcondities en 11% O2 [mg/m3 droog]; [O2] = zuurstofgehalte van het rookgas betrokken op droog rookgasmengsel onder standaard-condities [vol% droog]. De omrekening naar 3% O2 geschiedt op vergelijkbare wijze, waarbij in de formule in plaats van 11 het getal 3 wordt ingevuld.