Art. 12d Bankwet 1998, Bepalingen betreffende de vennootschap
1. De Bank stelt interne richtlijnen vast met betrekking tot:
a. belangenverstrengeling, die voldoen aan artikel 4 bis, derde, zevende en achtste lid van de richtlijn kapitaalvereisten; en
b. afkoelingsperiodes, die voldoen aan artikel 4 bis, derde lid, vierde lid, eerste alinea, en zesde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten.
2. De Bank hanteert een afkoelingsperiode van minimaal drie maanden, conform artikel 4 bis, vierde lid, tweede alinea, en vijfde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten, jegens een persoon werkzaam voor de Bank, die rechtstreeks betrokken is geweest bij het toezicht op een instelling als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, waar deze persoon rechtstreeks betrokken is geweest bij het toezicht op die instelling, indien deze persoon in dienst treedt bij of een contract sluit voor het verrichten van professionele diensten met:
a. die instelling;
b. een dienstverlener van die instelling;
c. een aan die instelling gelieerde entiteit; of
d. een rechtstreeks concurrent van die instelling.
3. In geval van een directeur als bedoeld in artikel 12a, hanteert de Bank een afkoelingsperiode als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, van minimaal zes maanden, conform artikel 4 bis, vierde lid, tweede alinea, van de richtlijn kapitaalvereisten.