Art. 1 Vaststellingsregeling geldigheidsduur bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen, Geldigheidsduur examens

Vaststellingsregeling geldigheidsduur bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen

1. Bewijzen van bevoegdheid en de bevoegdverklaringen kunnen alleen worden afgegeven wanneer de hierna aangegeven termijn tussen de examens en de afgifte niet is overschreden:

Bewijzen van bevoegdheid

en bevoegdverklaringen

Termijn (max. aantal maanden

na het theoretisch

examen

na het praktisch

examen

a.

Bewijzen van

bevoegdheid

1.

beperkt vliegbewijs

36

12

A / vliegbewijs A

2.

vliegbewijs voor

36

6

beroepsvlieger

3.

vliegbewijs voor

36

6

verkeersvlieger

4.

zweefvliegbewijs

36

12

5.

als ballonvoerder

36

12

6.

als

36

12

boordwerktuigkundige

7.

als

36

-

grondwerktuigkundige

8.

als

36

-

zweefvliegtechnicus

b.

Bevoegdverklaringen

in

zweefvliegbewijzen

1.

lieren

36

12

2.

sleepvliegen

36

12

3.

vliegonderricht

36

12

4.

wolkenvliegen

36

12

5.

radiotelefonie

24

12

c.

Overige

bevoegdverklaringen

1.

voor een categorie

-

12

2.

voor een klasse

-

12

3.

voor een type

-

12

4.

blindvliegen

36

6

5.

spuitvliegen

36

12

6.

sleepvliegen

36

12

7.

vliegonderricht

36

12

8.

radiotelefonie

24

12

2. De in het eerste lid onder a gestelde termijn voor het theoretisch examen voor het vliegbewijs A wordt verlengd, gedurende de tijd dat de betrokkene houder is van een geldig vliegbewijs beperkt A.

3. De in het eerste lid onder a gestelde termijn voor het theoretisch examen voor het vliegbewijs A of beperkt A wordt verlengd, gedurende de tijd dat aan de betrokkene ontheffing is verleend van artikel 8, eerste lid van de Luchtvaartwet om in Nederland zelfstandig een ultra licht vliegtuig te besturen.

4. De in het eerste lid onder a gestelde termijn voor het theoretisch examen voor het vliegbewijs voor beroepsvlieger (met de bevoegdverklaring blindvliegen) wordt verlengd, gedurende de tijd dat de betrokkene houder is van een geldig vliegbewijs A.

5. De in het eerste lid onder a gestelde termijn voor het theoretisch examen voor het vliegbewijs voor verkeersvlieger wordt verlengd, gedurende de tijd dat betrokkene houder is van een geldig vliegbewijs voor beroepsvlieger met de bevoegdverklaring blindvliegen.