Art. 15 Regeling subsidiëring kwaliteit Groene Hart, Algemeen

Regeling subsidiëring kwaliteit Groene Hart

1. De subsidie bedraagt ten hoogste het volgende percentage van de subsidiabele kosten voor een project in de categorie:

a. bruggen of tunnels, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, indien het betreft de aanleg over respectievelijk onder:

1e: een rijksspoorweg, rijkswaterweg of rijksweg, 90%;

2e: een provinciale (water)weg, 75%;

3e: overige (water)wegen, 50%;

b. recreatieve verbindingen en voorzieningen, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, 50%;

c. recreatief te gebruiken groen-, natuur- of landschapselementen, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, indien het betreft een project als bedoeld in artikel 10: 50%;.

1e: onderdeel a, 30% indien het betreft een kleinschalig landschapselement op bedrijfsniveau of 75% voor overige kleinschalige landschapselementen;

2e: onderdeel b, 25% indien het betreft een gebouwd kleinschalig landschapselement of 50% voor overige kleinschalige landschapselementen;

3e: onderdeel c, 50%;

d. hydrologische systemen, bedoeld in artikel 2, onderdeel d, 50%;

e. visievorming, bedoeld in artikel 2, onderdeel f, 50%;

f. bezoekerscentra, bedoeld in artikel 2, onderdeel h, 50%;

g. marketing en promotie, bedoeld in artikel 2, onderdeel i: 50%.

2. De subsidie bedraagt voor een project in de categorie lozingen, bedoeld in artikel 2, onderdeel e, indien het betreft een project als bedoeld in artikel 12:

a. onderdeel a, ten hoogste 10% van de subsidiabele kosten;

b. onderdeel b, € 3.403,35 per woning of recreatie- of agrarisch bedrijfsgebouw, onverminderd artikel 6, tweede lid;

c. onderdeel c,€ 3.403,35 per aansluiting, onverminderd artikel 6, tweede lid;.

d. onderdeel d, € 5.672,25 per voorziening.

3. De subsidie bedraagt voor een project in de categorie agrarische structuurversterking, bedoeld in artikel 2, onderdeel g, indien het betreft een project als bedoeld in artikel 13a:

a. 40% voorzover de subsidiabele kosten investeringen op landbouwbedrijven betreffen als bedoeld in artikel 7 van de verordening (EG) nr. 1257/1999, en

b. 50% voor de overige kosten.