Art. 2 Regeling Commissie buitenslands gediplomeerden

Regeling Commissie buitenslands gediplomeerden

1. Tot voorzitter van de commissie buitenslands gediplomeerden volksgezondheid wordt benoemd, de heer dr. L.R. Kooij, wonende te Bilthoven. Tot plaatsvervangend voorzitter wordt benoemd, de heer B. Leijenaar Mds, wonende te Meppel.

2. Per hierna genoemde beroepsgroep worden tot lid, respectievelijk plaatsvervangend lid, van de commissie buitenslands gediplomeerden volksgezondheid benoemd: Artsen: Op voordracht van de Vereniging Samenwerkende Nederlandse Universiteiten, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Op voordracht van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Tandartsen: Op voordracht van de Vereniging Samenwerkende Nederlandse Universiteiten, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Op voordracht van de Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Apothekers: Op voordracht van de Vereniging Samenwerkende Nederlandse Universiteiten, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Op voordracht van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Apothekersassistenten: Op voordracht van de MBO-raad, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Op voordracht van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie, tot lid: Op voordracht van de Vereniging Apothekersassistenten in Ziekenhuizen, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Diëtisten: Op voordracht van de Vereniging Hogescholen, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Op voordracht van de Nederlandse Vereniging van Diëtisten, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Ergotherapeuten: Op voordracht van de Vereniging Hogescholen, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Op voordracht van Ergotherapie Nederland, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Fysiotherapeuten: Op voordracht van de Vereniging Hogescholen, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Op voordracht van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Gezondheidszorgpsychologen: Op voordracht van het Nederlands Instituut van Psychologen, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Op voordracht van de Nederlandse Vereniging van Pedagogen en Onderwijskundigen, tot lid: Op voordracht van de Kamer Gezondheidszorgpsycholoog, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Huidtherapeuten: Op voordracht van de Vereniging Hogescholen, tot lid: Op voordracht van de Nederlandse Vereniging van Huidtherapeuten tot lid: tot plaatsvervangend lid: Klinisch fysici: Op voordracht van de Stichting Opleiding Klinisch Fysicus, tot lid: Op voordracht van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Fysica, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Logopedisten: Op voordracht van de Vereniging Hogescholen, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Op voordracht van de Nederlandse Vereniging voor Logopedie en Foniatrie, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Mondhygiënisten: Op voordracht van de Vereniging Hogescholen, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Op voordracht van de Nederlandse Vereniging van Mondhygiënisten, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Oefentherapeuten: Op voordracht van de Vereniging Hogescholen, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Op voordracht van de Nederlandse Vereniging van Oefentherapeuten Cesar en Mensendieck, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Optometristen: Op voordracht van de Vereniging Hogescholen, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Op voordracht van de Optometristen Vereniging Nederland, tot lid: de heer W.S. Verboon BOptom, wonende te Woerden; tot plaatsvervangend lid: Orthoptisten: Op voordracht van de Vereniging Hogescholen, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Op voordracht van de Nederlandse Vereniging van Orthoptisten, tot lid: Podotherapeuten: Op voordracht van de Vereniging Hogescholen, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Op voordracht van de Nederlandse Vereniging van Podotherapeuten, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Psychotherapeuten: Op voordracht van de Kamer Psychotherapeut, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Op voordracht van de Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Physician Assistants: Op voordracht van de Vereniging Hogescholen, tot lid: Op voordracht van de Nederlandse Associatie Physician Assstant, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Radiodiagnostisch en radiotherapeutisch laboranten: Op voordracht van de Vereniging Hogescholen, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Op voordracht van de Nederlandse Vereniging van Medische Beeldvorming en Radiotherapie, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Op voordracht van de Stichting College Ziekenhuis Opleidingen, tot lid: Tandprothetici: Op voordracht van de Stichting Nederlands Tandprothetisch Instituut, tot lid: Op voordracht van de Organisatie van Nederlandse Tandprothetici, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Verloskundigen: Op voordracht van de Vereniging Hogescholen, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Op voordracht van de Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Verpleegkundigen: Op voordracht van de MBO-raad, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Op voordracht van de Vereniging Hogescholen, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Op voordracht van Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Verzorgenden in de individuele gezondheidszorg: Op voordracht van de MBO-raad, tot lid: tot plaatsvervangend lid: Op voordracht van Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland, tot lid: tot plaatsvervangend lid:

– de heer dr. A.J.H.M. Houben, wonende te Eijsden;

– de heer dr. J.W. Groothoff, wonende te Amsterdam;

– de heer drs. J.M. Visser, wonende te Almere;

– de heer prof.dr. C.G.M. Kallenberg, wonend te Groningen.

– mevrouw dr. J.E. Hoogendijk, wonende te Amsterdam;

– de heer dr. A.P.J. Klootwijk, wonende te Den Haag;

– de heer dr. A.J. de Beaufort, wonende te Den Haag;

– de heer dr. C.T. Postma, wonende te Heilig Landstichting.

– mevrouw prof.dr. M.C.D.N.J.M. Huysmans, wonende te Nijmegen;

– mevrouw drs. P.A. Samwel, wonende te Amsterdam;

– de heer prof.dr.dr. P.A.W.H. Kessler, wonend te Membach/België;

– de heer prof.dr. F. Abbas, wonende te Paterswolde.

– de heer drs. J.W. Prakken, wonende te Emmen;

– de heer drs. A.L. van Raalten, wonende te Velsen-Zuid;

– de heer drs. J.P. Nolte, wonende te Santpoort-Zuid;

– de heer dr. W.J.M. van der Sanden, wonende te Malden.

– de heer drs. G. van den Brink, wonende te Houten;

– de heer dr. H.J. Woerdenbag, wonende te Peize;

– de heer prof.dr. A. de Boer, wonende te Amstelveen;

– mevrouw dr. C.C.M. Schuiling-Veninga, wonende te Groningen.

– de heer drs. J.R. Mentink, wonende te Barendrecht;

– de heer K. Kooistra MSc, wonende te Utrecht;

– mevrouw S.A.M. van Dongen MSc, wonende te Utrecht;

– de heer T. Hartman MSc, wonende te Schijndel.

– mevrouw Q.T.M. Verkade, wonende te Amsterdam;

– mevrouw W.I.M. Hoebink, wonende te St. Michielsgestel;

– mevrouw A.A.M. Jansen, wonende te Utrecht;

– mevrouw R.M.A. van Zijl, wonende te Haarlem.

– mevrouw H.J.M. Leenders, wonende te ’s-Hertogenbosch.

– mevrouw W.P. Danser, wonende te Tiel;

– de heer T.P.M. van der Steen MSc, wonende te Breugel.

– mevrouw A. Nijhoff, wonende te Nijmegen;

– mevrouw J.J. van der Kruk, wonende te Bedum;

– mevrouw ir. (MSc) A. Rotteveel, wonende te Rhoon.

– mevrouw A.C. Tump, wonende te Amsterdam;

– mevrouw B.J.M. van Wezel, wonende te Den Haag;

– mevrouw T.A. Remijnse, wonende te Wageningen;

– mevrouw drs. C. Bolleurs, wonende te Amsterdam.

– mevrouw drs. R.M. Zinkstok, wonende te Amsterdam;

– mevrouw J.D.M. van Druten, wonende te Nijmegen;

– mevrouw B. Piškur MSc, wonende te Heerlen.

– mevrouw E.M. Bolt, wonende te Amsterdam;

– mevrouw T. Ikking MSc, wonende te Amsterdam;

– mevrouw J. Kroese, wonende te Amsterdam;

– mevrouw S. Saenger, wonende te Abcoude.

– de heer P.E.J. Ummels, wonende te Ulestraten;

– mevrouw G.C.M. de Rijk, wonende te Houten;

– mevrouw E.R.M. Veekens, wonende te Utrecht.

– de heer H.J. van Garderen, wonende te Den Dolder;

– de heer J. Rooders, wonende te Tiel;

– de heer drs. R. van Dolder, wonende te Zeist;

– mevrouw dr. E.J.C.M. Swinkels-Meewisse, wonend te Eindhoven.

– de heer drs. J.M.H.P. Timmermans, wonende te Udenhout;

– de heer drs. H. Geertsema, wonende te Hoogland;

– mevrouw F. Engelberts, wonende te Den Haag.

– mevrouw prof. dr. E.H.M. Eurelings-Bontekoe, wonende te Amsterdam;

– de heer drs R.G.H.L. Schacht, wonende te Stekene (België);

– de heer drs. G.L.G. Couturier, wonende te Oss;

– de heer drs. M.H.M. Cox, wonende te Barendrecht.

– mevrouw J. van ’t Klooster, wonende te Utrecht.

– mevrouw C. Feenstra, wonende te Naaldwijk;

– mevrouw E. Streutker, wonende te ’t Loo Oldebroek;

– mevrouw C.M. Joachimsthal-Dekker, wonende te Amstelveen;

– mevrouw R.C. van Waalwijk van Doorn-van der Graaf, wonende te Purmerend.

– mevrouw dr. M. Essers, wonende te Bladel;

– de heer dr.ir. A. van Lingen, wonende te Gouda.

– mevrouw ir. P.J.A. de Jager, wonende te Apeldoorn;

– de heer ir. G.A.M. Zonneveld, wonende te Amsterdam;

– de heer dr. M.A.O. Thijssen, wonende te Appeltern;

– de heer prof.dr. P. van Dijk, wonende te Groningen.

– mevrouw L.C. Oonk BA, wonende te Leiden;

– de heer B. Leijenaar Mds, wonende te Meppel;

– mevrouw C.F. Lindenberg MLI, wonende te Zwolle;

– mevrouw L.M.A Canisius, wonene te Born.

– de heer P. Helderop, wonende te Vlaardingen;

– mevrouw M. de Muinck Keizer-Hattink, wonende te Den Haag;

– mevrouw T. Zuidgeest, wonende te De Lier.

– mevrouw B.A. Dallinga, wonende te Bunnik;

– mevrouw P. Koole-Kisman, wonende te Bunnink;

– mevrouw J.A.M.E. van Rennes-Vrancken, wonende te Wageningen.

– mevrouw T. Rozendal, wonende te Gouda;

– mevrouw Th.F.M. Quant, wonende te Elst (U);

– mevrouw E.J. van Schaik-Simons, wonende te Woerden.

– mevrouw A.J. Peters, wonende te Baarn;

– mevrouw S.D. Dankers, wonende te Amsterdam.

– mevrouw W.A. Broekema, wonende te Veenendaal;

– mevrouw C.J.M. van Santen, wonende te Den Haag;

– mevrouw M.J.H. van Dijk, wonende te Maarssen;

– mevrouw N. de Heus-Wiegersma, wonende te Apeldoorn.

– de heer M. Fortuin, wonende te Helmond;

– mevrouw M.M.A. van Tilborg MSc, BOptom, wonende te Boskoop;

– mevrouw E.E.W. Belgraver, wonende te Almere;

– mevrouw J.M. Sonneveld, wonende te Utrecht.

– mevrouw D.J. van Ooik, wonende te Zevenbergen;

– mevrouw G. Jansen BOptom FAAO, wonende te Amsterdam;

– mevrouw N. Brand BOptom, wonende te Veenendaal.

– mevrouw J.C. van Petegem, wonende te Utrecht;

– mevrouw I.J. van Wijnen-Segeren MSc, wonende te IJsselstein;

– mevrouw E. Aygun, wonende te Utrecht;

– mevrouw L.C.J.W. van Drunen, wonende te Huissen.

– mevrouw J.S.M. Krijnen, wonende te Amsterdam;

– mevrouw C.F. Merckel-Timmer, wonende te Amstelveen.

– mevrouw drs. M.A. van Putten, wonende te Eindhoven;

– de heer F.A.B. Klein Overmeen, wonende te Raalte;

– mevrouw M.J.T. van Mol, wonende te Eindhoven;

– mevrouw W.M. Schoenmaker, wonende te Enschede.

– mevrouw I.L.J. Wijnands BsC, wonende te Kessel;

– mevrouw M.T.C. Sek-Hamers, wonende te Nuenen;

– de heer M.E. Rojer bc, wonende te Alkmaar;

– de heer P.B. van Wieringen, wonende te Hazerswoude-Dorp.

– de heer dr. M. de Wolf, wonende te Amsterdam;

– de heer prof. dr. A. de Keijser, wonende te Leeuwarden.

– de heer drs. H. Thie, wonende te Amsterdam;

– de heer drs. P. Dekker, wonende te Amsterdam;

– mevrouw prof. dr. E.H.M. Eurelings-Bontekoe, wonende te Amsterdam;

– de heer P. Lamers, wonende te Haarlem.

– de heer B. Leijenaar MDs, wonende te Meppel;

– de heer drs. G.T.N.J. van den Brink, wonende Groesbeek.

– mevrouw A.A.M.A. van der AA MPA, wonende te Vught;

– mevrouw D.M. Douma, wonende te Kampen.

– de heer J.S. Scheurleer BSc, wonende te Velserbroek;

– de heer P.R. Lesterhuis, wonende te Drachten.

– de heer B.K.H. Wiegers, wonende te Almere;

– de heer R. van de Klomp, wonende te Maarssen;

– mevrouw A. Hersbach, wonende te Maastricht;

– mevrouw B. Kraan, wonende te Hillegom.

– mevrouw M.J. Oudshoorn, wonende te Austerlitz;

– mevrouw M.M.G. Rossi, wonende te Amstelveen.

– de heer F.W. van der Linde, wonende te Haarlem;

– de heer M.C.M. Bosma, wonende te Gemert.

– de heer G.P.M. Berkien, wonende te Naaldwijk;

– de heer drs. M.H.C. de Romph, wonende te Nieuwerkerk aan de IJssel;

– de heer R. Oster, wonende te Portugaal.

– mevrouw A.E. Klepper, wonende te Groningen;

– mevrouw S.M. Thompson, wonende te Brunssum;

– mevrouw J.M. Kors, wonende te Almere;

– mevrouw drs. E. Celissen, wonende te Utrecht;

– mevrouw A.N.M. Lodder MSc, wonende te Amersfoort.

– mevrouw R.M.A. Hakkenberg, MPA, wonende te Rotterdam;

– mevrouw E. Schoffelen, wonende te Maastricht;

– mevrouw C.J.M. Verhoeven, wonende te Bladel;

– mevrouw F.M. Cadée, wonende te Utrecht.

– mevrouw W.I.M. Hoebink, wonende te St. Michielsgestel;

– de heer V.W. Brouwer, wonende te Swifterbant.

– mevrouw D.J.M. Verstappen MEd, wonende te Sittard;

– mevrouw C.A.M. Rinkel MEd, wonende te Bergen.

– de heer dr. R.J.J. Gobbens, wonende te Etten-Leur;

– mevrouw A.P. Veninga MSc, wonende te Nieuwkerk a/d IJssel;

– mevrouw drs. E.J.M. Bakker, wonende te Amsterdam.

– mevrouw B. Taks, wonende te Bussum;

– mevrouw H.G. Wesseling, wonende te Nijmegen;

– mevrouw drs. C. Klut, wonende te Beverwijk;

– mevrouw W.I.M. Hoebink, wonende te St. Michielsgestel.

– mevrouw K. in ’t Veld-Rentier, wonende te Westmaas;

– mevrouw E. Victoria-de Jong, wonende te Nieuwendijk;

– mevrouw A.T. Bakker, wonende te Almere.

3. Als secretaris wordt aan de commissie toegevoegd de heer mr.drs. W. Davidse.

4. Als adviserend lid wordt aan de commissie toegevoegd de hoofdinspecteur voor de gezondheidszorg of diens vertegenwoordiger.