Art. 1 Besluit kasbeheer 1998

Besluit kasbeheer 1998

1. In dit besluit wordt verstaan onder:

a. kasbeheer: de zorg voor:

1. de vorderingen van het Rijk (vorderingenbeheer);

2. de betalingen van het Rijk (betalingenbeheer);

3. het geld en de geldswaardige papieren bij het Rijk (geldelijk beheer).

b. centrale kassen: de door Onze Minister van Financiën centraal beheerde tegoeden op door hem aangewezen rekeningen bij in Nederland gevestigde bankinstellingen.

c. kassen: voorraden contante gelden en tegoeden op bankrekeningen van het Rijk.

d. Onze ministers: Onze betrokken ministers, ieder voor zover het hem aangaat;

e. begroting: een van de onderdelen van de begroting van het Rijk, bedoeld in artikel 1 van de Comptabiliteitswet 2001.

2. Tot het kasbeheer worden in elk geval de volgende beheershandelingen gerekend:

a. het bewaren van geld en geldswaardige papieren;

b. het betaalbaar stellen van aangegane financiële verplichtingen;

c. het verrichten van geldelijke betalingen;

d. het invorderbaar stellen van vorderingen;

e. het innen van geldelijke ontvangsten;

f. het opnemen en storten van contant geld;

g. het electronisch opladen en afwaarderen van contantgeldkaarten;

h. het in ontvangst nemen en het afgeven van geldswaardige papieren;

i. het aanwijzen van ordonnateurs, kasbeheerders en van kassiers en het intrekken van zodanige aanwijzingen;

j. het administreren van de beheershandelingen, genoemd onder a tot en met i.

3. Tot geldswaardige papieren worden gerekend:

a. financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;

b. cheques;

c. bankpassen, creditkaarten en contantgeldkaarten;

d. andere door Onze Minister van Financiën aan te wijzen papieren of stukken.