Bijlage E Uitvoeringsregeling Bouwstoffenbesluit: , behorende bij artikel 3.2.1, onder b, van de Uitvoeringsregeling Bouwstoffenbesluit
Uitvoeringsregeling Bouwstoffenbesluit
De proef voor de bepaling van het materiaalverlies sluit aan bij de uitvoering van NEN 7345. De onderhavige proef voor de bepaling van het materiaalverlies kan worden uitgevoerd tegelijk met de uitvoering van NEN 7345 voor de bepaling van het uitloogkarakter, de diffusiecoëfficiënt en de emissie van de bouwstof. In dat geval worden bij de uitvoering van NEN 7345 enkele extra handelingen verricht, als opgenomen in deze bijlage, paragraaf 2, onder 2, 4, 5 en 6. Indien in de proef slechts het materiaalverlies van een proefstuk wordt bepaald, zijn slechts de voorgeschreven technische handelingen en berekeningen van NEN 7345 van toepassing die betrekking hebben op de bepaling van het materiaalverlies, zoals weergegeven in paragraaf 2, onder 1 tot en met 6. Voor de bepaling van het materiaalverlies wordt de gemiddelde waarde genomen van ten minste drie metingen, zoals aangegeven in paragraaf 3, onderdeel 2. Daartoe wordt de proef ten minste 3 maal uitgevoerd.
- 1. Neem tenminste 3, voor de te onderzoeken bouwstof representatieve, proefstukken (P1), volgens NEN 7345, hoofdstuk 5.
- 2. Verwijder, voordat het proefstuk de eerste maal in de bak of emmer wordt geplaatst, met een zachte kwast, voorzichtig al het losse materiaal van het proefstuk. Hierbij wordt slechts geringe druk uitgeoefend.
- 3. Voer voor elk proefstuk de proef uit volgens NEN 7345, volgens achtereenvolgens onderdeel 8.3, en onderdeel 8.5, met inachtneming van het gestelde in de onderdelen 4, 5 en 6 van deze paragraaf.
- 4. Bepaal na elke in NEN 7345, onderdelen 8.5.1 en 8.5.2 bedoelde stap de massa van het filter en het daarop gelegen afgefiltreerde materiaal, volgens het gestelde onder punt 6.
- 5. Nadat de laatste maal, na stap 8, het water is afgetapt moet de bak of emmer worden schoongespoeld met gedemineraliseerd water (volgens NEN 7345, onderdeel 6.2.), waarbij het spoelwater over een membraanfilter (volgens NEN 7345, onderdelen 7.2 en 7.3) wordt gefiltreerd. Bepaal de massa van het filter met het afgefiltreerde materiaal volgens het gestelde onder punt 6.
- 6. Droog de membraanfilters met het afgefiltreerde materiaal bij 105°Cv5°C en bepaal de massa van dit materiaal met een nauwkeurigheid van 0,01 g. De filters worden elk afzonderlijk gedroogd en gewogen, waarna de totale massa mx,i van het afgefiltreerde materiaal wordt bepaald door de gemeten massa's van elk gedroogd filter per proefstuk i te sommeren. De filters mogen per proefstuk ook gezamenlijk worden gedroogd na afloop van de gehele proef, waarna door weging de totale massa mx,i, per proefstuk wordt bepaald, waarbij:
- 7. De overige in NEN 7345, hoofdstuk 8, genoemde werkzaamheden mogen ook worden uitgevoerd.
- 1. Bepaling van het massaverlies per proefstuk. Bereken het massaverlies per proefstuk mi in g per m² met de formule: voor de proefstukken i = 1 tot en met i = n, waarbij: mi is het massaverlies van een afzonderlijk proefstuk Pi, in g/m² mi is voor proefstuk i de gesommeerde massa van de acht membraanfilters, waarover na elke stap het eluaat is geleid, tezamen met het membraanfilter waarover het spoelwater is geleid bij het naspoelen van de bak of emmer, in g. Ai is het oppervlak van het proefstuk i, in m² n is het aantal onderzochte proefstukken, met een minimum aantal van 3.
- 2. Bepaling van het massaverlies m. Bereken het totale massaverlies mv van de bouwstof in g per m² met de formule: waarbij: mv is het massaverlies van een vormgegeven bouwstof, in g/m² mi is het massaverlies in elk van de achtereenvolgens onderzochte proefstukken, in g/m². n is het totale aantal onder 3.2. onderzochte proefstukken.