Bijlage C Uitvoeringsregeling Bouwstoffenbesluit: , behorende bij artikel 3.1.3, van de Uitvoeringsregeling Bouwstoffenbesluit
Uitvoeringsregeling Bouwstoffenbesluit
- 1. Algemene werkwijze. Homogeniteit van de partij. Verwezen wordt naar NEN 5180, onderdelen 6.2.1. en 6.2.2.
- 2. Aantal en grootte van de te nemen grepen Voor de bepaling van de korrelverdeling bedraagt het aantal grepen 6, indien de monsterneming plaats vindt vanuit een statische partij. Bij monsterneming uit een stroom bedraagt het aantal grepen 3. De grepen zijn representatief, willekeurig en gespreid uit de partij genomen. De grepen mogen niet worden samengevoegd. De getalswaarde van de massa, in kg, van elke greep moet ten minste 2 maal de getalswaarde van de bovengrens, in mm, in de aanduiding van de sortering of van de d95, in mm, van de greep bedragen. De d95 is hierbij gelijk aan de maat, in mm, van de zeef waardoor ten minste 95% van de massa valt van het materiaal van die greep.
- 3. Monsterneming. Het nemen van grepen uit de partij vindt plaats volgens NEN 5180, onderdeel 6.4.
- 4. Bepaling korrelverdeling. Bepaal de korrelverdeling volgens NEN 5180, onderdeel 6.4.1.