Bijlage B Regeling stroefheid start- en landingsbanen: textuurdieptemeting volgens de zandvlekmethode

Regeling stroefheid start- en landingsbanen

De textuurdiepte wordt beproefd op een droge, kleefvrije ondergrond die vooraf is schoongeborsteld. Vul een cilinder met een inhoud van 23800 (± 100) mm³ en een inwendige diameter van 20 (± 1) mm geheel met vuurgedroogd rondkorrelig zand met een korrelgrootte tussen 0,125 en 0,250 mm. Strijk het teveel aan zand af met een vlakke lat. Giet vervolgens de afgepaste hoeveelheid zand uit op de plaats van de meting op het verhardingsoppervlak. Tref zonodig tijdens de proefuitvoering voorzieningen om wegwaaien van zand te voorkomen. Verdeel het zand over het oppervlak met een platte messing schijf met een diameter van 65 (± 2) mm, aan de onderzijde bekleed met een hard rubberen schijf met een dikte van 1,5 (± 0,5) mm en aan de bovenzijde voorzien van een handgreep. Verdeel het zand door het maken van draaiende bewegingen met de messing schijf die daarbij horizontaal wordt gehouden. Bij het uitwrijven moet een cirkelvormige zandvlek ontstaan waarbij de diepten in het oppervlak worden gevuld tot de hoogste punten. Meet vervolgens in vier richtingen, met een onderlinge hoek van 45 graden, de diameter van de zandvlek tot op 1 mm nauwkeurig. Bereken de textuurdiepte, tot op 0,1 mm nauwkeurig, met de formule: TD= 484800 (D1+D2+D3+D4)² waarin: TD is de textuurdiepte in mm; Di is de gemeten diameter van de zandvlek in mm. De textuurdiepte wordt op ten minste 5 verschillende plaatsen bepaald.