Art. 5 Regeling stroefheid start- en landingsbanen

Regeling stroefheid start- en landingsbanen

1. Per baanlengtemeting wordt vastgelegd:

a. gemiddelde mu-waarde;

b. standaardafwijking;

c. plaats;

d. materiaal baanoppervlak;

e. baannummer;

f. datum;

g. tijd;

h. weersgesteldheid.

2. De volgende bandgegevens worden vastgelegd:

a. type;

b. afmetingen;

c. belasting;

d. bandenspanning;

e. loopvlak.

3. De grootte van de langsslip ligt tussen de 10% en 20%.

4. Per meetincrement van ten hoogste 1 meter wordt de mu-waarde vastgelegd.

5. De presentatie van de mu-waarde wordt cijfermatig weergegeven en mag daarbij ook grafisch worden weergegeven.

6. Over ten minste elke 100 meter baanlengte wordt de gemiddelde mu-waarde en de standaardafwijking vastgelegd.

7. Het meetvoertuig is deugdelijk gecalibreerd.