Art. 1 Regeling stroefheid start- en landingsbanen

Regeling stroefheid start- en landingsbanen

In deze regeling wordt verstaan onder:

afstellen van een meetapparaat op een door de fabrikant voorgeschreven wijze;

de denkbeeldige lijn in het midden van de start- en landingsbaan over de totale lengte van de baan;

de verhouding tussen de omtrekbeweging van een vrij rollend wiel en een even groot vertraagd wiel in de lengterichting van de voortbeweging, waarbij 0% langsslip een gelijke omtrekbeweging is en 100% langsslip een volledige blokkering van het vertraagde wiel;

afstand waarop een registratie van de mu-waarde plaats vindt;

stroefheidswaarde die aangeeft of de start- en landingsbaan stroef genoeg is om veilig te gebruiken;

vergelijking van het meetresultaat van een verhardingsoppervlak, met het gedeelte van het verhardingsoppervlak met minder vliegbewegingen;

de indicatie voor het waterbergend vermogen van het verhardingsoppervlak;

geprepareerde oppervlakken die als start- en landingsbaan, rijbaan en platform voor luchtvaartuigen worden gebruikt anders dan het bestaande maaiveld;

breedrompvliegtuig met een afmeting tussen de wielsporen van de buitenste landingsgestellen van 9 meter of meer;

methode voor de meting van de textuurdiepte als bedoeld in bijlage B.