Bijlage 3 Regeling toelatingseisen voertuigonderdelen: behorende bij paragraaf 3.3

Regeling toelatingseisen voertuigonderdelen

De lichtsterktecoëfficiënt wordt gemeten bij een waarnemingshoek van 0°20’. Wanneer bij het meten van de lichtsterkte-coëfficiënt een ongekleurd spiegeleffect optreedt, mag de retroreflector over enkele graden worden verdraaid om te voorkomen dat het meetresultaat door het spiegeleffect wordt beïnvloed. De te meten retroreflector wordt bestraald door het licht van een lamp, ingesteld op een kleurtemperatuur van ongeveer 2850°K, gebundeld door een condensorlens, welke via een projectielens op de retroreflector wordt afgebeeld. Een gedeelte van het geretroreflecteerde licht wordt ontvangen door een lichtgevoelige cel. De retroreflector wordt opgespannen op een plaat, waarvan de positie ten opzichte van de opvallende lichtbundel door een draaiing om twee elkaar loodrecht snijdende assen nauwkeurig instelbaar is en opgesteld op een afstand van 10,00 m voor de lichtbron. De lichtgevoelige cel moet in één richting ten opzichte van de aanstralende lichtbundel verplaatst kunnen worden teneinde de waarnemingshoek in te stellen. Bij de meting wordt gebruik gemaakt van de meetapparatuur zoals bedoeld in ECE-Reglement nr. 3. De retroreflector wordt ontdaan van alle afneembare onderdelen en wordt daarna gedurende 3 minuten ondergedompeld in water met een temperatuur van 50° (waarbij een afwijking van 5°C is toegestaan), waarbij het hoogste punt van de retroreflector zich ten minste 20 mm onder het wateroppervlak bevindt.