Bijlage 2 Regeling toelatingseisen voertuigonderdelen: behorende bij paragraaf 3.2
Regeling toelatingseisen voertuigonderdelen
De retroreflector wordt ontdaan van alle afneembare delen en wordt daarna gedurende 10 minuten ondergedompeld in water met een temperatuur van 50° (waarbij een afwijking van 5°C is toegestaan), waarbij het hoogste punt van de retroreflector zich ten minste 20 mm onder het wateroppervlak bevindt. Deze proef wordt herhaald nadat de retroreflector 180° is gedraaid, waarbij de achterzijde zich ten minste 20 mm onder het wateroppervlak bevindt. Na de laatste periode van 10 minuten wordt de retroreflector gedurende 10 minuten ondergedompeld in water met een temperatuur van 25° (waarbij een afwijking van 5°C is toegestaan). Het buitenoppervlak van de retroreflector en in het bijzonder het werkzame deel van de voorzijde wordt voorzichtig ingewreven met een katoenen doek, gedrenkt in ’testbrandstof’ bestaande uit een volumemengsel van 70% n-heptaan en 30% tolueen. Na 5 minuten wordt de retroreflector gereinigd met een reinigingsmiddel en daarna gespoeld in water. Daarna wordt de retroreflector gedurende een uur geconditioneerd in de standaardatmosfeer. De achterzijde van de retroreflector wordt met een harde nylon borstel geborsteld en daarna wordt een katoenen doek, gedrenkt in ’testbrandstof’, bestaande uit een volumemengsel van 70% n-heptaan en 30% tolueen, gedurende 1 minuut op de achterzijde gelegd. Vervolgens wordt de katoenen doek verwijderd en laat men de retroreflector drogen. Zodra de retroreflector geheel droog is, wordt de achterzijde geborsteld met de harde nylon borstel. Vervolgens wordt het gehele oppervlak van de achterzijde bedekt met Oostindische inkt. Het buitenoppervlak van de retroreflector en in het bijzonder het lichtterugkaatsend oppervlak wordt voorzichtig ingewreven met een katoenen doek, gedrenkt in een smeerolie met dispergerend vermogen. De retroreflector en de bijbehorende bevestigingsdelen worden gedurende 48 uren geconditioneerd in een droge atmosfeer bij een temperatuur van 65° (waarbij een afwijking van 5°C is toegestaan) en daarna gedurende