Art. 21 Regeling toelatingseisen voertuigonderdelen, Eisen witte of gele retroreflectoren voor de wielen van fietsen, zijspanwagens aan fietsen en aanhangwagens achter fietsen

Regeling toelatingseisen voertuigonderdelen

1. De lichtsterktecoëfficiënt van de re-troreflector, te meten volgens de methode zoals omschreven in CIE-publikatie nr. 54 (TC 2-3) 1982, moet, uitgedrukt in millicandela/lux (mcd/lux), ten minste voldoen aan de in tabel 9 gestelde eisen.

2. De referentie-as voor de meting mag evenwijdig aan de as van het wiel worden verplaatst.

3. De verhouding tussen de hoogste en de laagste lichtsterkte-coëfficiënt, gemeten over bogen van 30° bij een waarnemingshoek van 0°20’ en een invalshoek 82 van 5° en van 30°, mag niet groter zijn dan 3:1.

4. De verhouding tussen de gemiddelde lichtsterktecoëfficiënten, gemeten over verschillende bogen van 30° bij een waarnemingshoek à van 0°20’ en een invalshoek 82 van 5° en van 30°, mag niet groter zijn dan 10:1.

5. De gemiddelde lichtsterktecoëfficiënt wordt bepaald door het wiel achter een opening met een boog van 30° zodanig te laten draaien dat een constante waarde wordt verkregen.

Waarnemingshoek à

Invalshoek

Lichtsterktecoëfficiënt

met standaard l

ß1

ß2

ichtbron A (in mcd/lux)

0°20'

0°

+/- 5°

>= 16 D

0°20'

0°

+/- 20°

>= 14 D

0°20'

0°

+/- 40°

>= 4,7 D

0°20'

0°

+/- 50°

>= 14 D

1°30'

0°

+/- 5°

>= 1,1 D

1°30'

0°

+/- 20°

>= 1,0 D

1°30'

0°

+/- 40°

>= 0,65 D

1°30'

0°

+/- 50°

>= 0,2 D

D = binnendiameter retroreflecterend gedeelte in cm.

Indien binnendiameter kleiner is dan 42 cm, wordt aangehouden: D = 42.