Art. 3.6.1 Voorschriften meetmiddelen 1997, Remvertragingsmeters

Voorschriften meetmiddelen 1997

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

a. gemiddelde waarde: het rekenkundig gemiddelde van, op vaste tijdsafstanden, bepaalde momentele waarden, in aantal voldoende voor de bepaling van het werkelijke gemiddelde;

b. resulterende meetwaarde: de gemiddelde waarde van de remvertraging resulterend uit een remtest, berekend uit het verloop van de remvertraging als functie van de tijd;

c. standaanwijsinrichting: aanwijzing of signalering voor de juiste stand van de remvertragingsmeter;

d. grenswaarde van de standaanwijsinrichting: de door een standaanwijsinrichting aangegeven grenswaarde voor een correcte stand van de remvertragingsmeter. Indien de standaanwijsinrichting bestaat uit een waterpas, is de grenswaarde van de scheefstelling gelijk aan 2 mm verplaatsing van de dampbel uit de middenpositie;

e. justeerinrichting: inrichting voor het instellen van de juiste gevoeligheid van de remvertragingsmeter;

f. standcorrectie-inrichting: inrichting waarmee de verkregen meetwaarden worden gecorrigeerd voor de stand waarin de remvertragingsmeter in het voertuig wordt geplaatst.