Art. 1.20 Voorschriften meetmiddelen 1997, Algemene eisen gesteld aan hulpinrichtingen
Voorschriften meetmiddelen 1997
1. Een hulpinrichting is zodanig opgebouwd dat zij:
a. de eigenschappen van het meetmiddel niet nadelig kan beïnvloeden;
b. onder gebruiksomstandigheden zoals deze voor het meetmiddel gelden, juist blijft functioneren;
c. geen aanleiding kan vormen tot misleiding of misvatting.
2. Een testcertificaat, bedoeld in het eerste lid, moet zijn afgegeven door een keuringsinstelling op grond van een door die instelling uitgevoerd onderzoek. De hulpinrichting moet zodanig zijn opgebouwd, dat zij:
a. de eigenschappen van het meetmiddel niet nadelig kan beinvloeden;
b. onder gebruiksomstandigheden zoals deze voor het meetmiddel gelden juist blijft functioneren;
c. geen aanleiding kan vormen tot misleiding of misvatting.