Art. 30a Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998, Verzuimboeten eerstedagsmelding (artikel 28c Wet LB; hierna: EDM)
Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998
1. De verzuimboete ter zake van het niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig indienen van de eerstedagmelding (artikel 28c, Wet LB) bedraagt € 113.
2. Een verzuimenreeks is niet van toepassing.
3. In uitzonderlijke gevallen kan een verzuimboete van maximaal € 1.134 worden opgelegd.
4. Het opleggen van een verzuimboete op grond van deze paragraaf blijft achterwege, indien reeds met toepassing van paragraaf 22a van dit besluit ter zake van dezelfde onjuistheden of onvolledigheden een boete is opgelegd in verband met een onjuiste of onvolledige loonbelastingaangifte.
Toelichting
Op basis van artikel 28, onderdeel f, Wet LB wordt de werkgever/inhoudingsplichtige verplicht vóór aanvang van de werkzaamheden van een werknemer opgave te verstrekken van gegevens die voor de heffing van belasting van belang kunnen zijn. Door de eerstedagsmelding (‘EDM’) komen deze gegevens eerder ter beschikking van de Belastingdienst en UWV. De gegevens van de EDM zullen in ieder geval de identiteit van de werknemer en de aanvang van de werkzaamheden betreffen. Op grond van artikel 28c, Wet LB is het niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig doen van een eerstedagmelding een beboetbaar feit waarvoor een verzuimboete van maximaal € 1.134 kan worden opgelegd. In deze paragraaf wordt het boetebeleid voor verzuimen met betrekking tot de EDM nader uitgewerkt.
Als een inhoudingsplichtige niet voldoet aan zijn verplichting om een EDM tijdig, juist en volledig in dienen, bedraagt de verzuimboete € 113.
In uitzonderlijke gevallen kan de maximale boete van € 1.134 worden opgelegd. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan situaties waarin sprake is van het stelselmatig niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig indienen van de EDM.