Bijlage 1 Regeling financiering en verantwoording Wet sociale werkvoorziening
Regeling financiering en verantwoording Wet sociale werkvoorziening
Hier wordt opgenomen het bedrag aan Wsw-subsidie dat aan de gemeente is toegekend. Dit bedrag is opgenomen in de meest recente subsidiebrief van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor het betreffende verantwoordingsjaar. De gemeente neemt hier op het subsidieoverschot van de WIW dat is overgeboekt naar en gebruikt voor de uitvoering van de Wsw. Hier wordt opgenomen het totaal van de bedragen vermeld in de codes 101 en 102. De gemeente neemt hier op het betaalde bedrag uit eigen financiële middelen, niet afkomstig uit de rijkssubsidie, aan de organisaties die voor de gemeente activiteiten verrichten in het kader van de uitvoering Wsw. Bij een Wgr-verband wordt hierbij bedoeld de door het bestuur van het Wgr-verband verstrekte middelen van de in het Wgr-verband deelnemende gemeenten (dus niet de rijkssubsidie) aan de organisaties die voor het Wgr-verband activiteiten verrichten in het kader van de uitvoering van de Wsw. Het is voor het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van belang inzicht te hebben in de eigen bijdrage. Een standaardeenheid (SE) is een eenheid die overeenkomt met een arbeidsplaats voor een werkweek van 36 uur (ofwel 1 fte) voor een werknemer die is ingedeeld in de arbeidshandicap categorie matig. Een arbeidsplaats omvat een of meer dienstbetrekkingen zoals bedoeld in artikel 2 Wsw of een of meer arbeidsovereenkomsten zoals bedoeld in artikel 7 Wsw. Dienstbetrekkingen in de Wsw betreffen aanstellingen van maximaal 36 uur. Bij begeleid werken kan sprake zijn van volledige arbeidsovereenkomsten van meer dan 36 uur. In die gevallen wordt een volledige arbeidsovereenkomst eveneens gelijk gesteld aan 1 fte, en part-time overeenkomsten gelijkgesteld aan een evenredig deel van 1 fte. Een 20-urige aanstelling (over een heel jaar) geldt dus bij een 36-uurs fte als 0,6 fte en bij een 40-urige fte als 0,5 fte realisatie. Voor het betreffende jaar is voor een aantal standaardeenheden subsidie toegekend. In het financieel beeld wordt
- • A) personen met een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 2 van de wet die al werkzaam waren in Wsw-dienstverband per 31december1997;
- • B) personen met een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7 van de wet met een werkgever aan wie de gemeente die de onderhavige opgave doet, subsidie verstrekt. Alleen voor zover het instroom begeleid werken betreft vanuit de SV-regelingen.
- • Rekenvoorbeeld Berekening maximaal gemiddeld 32 uur per week subsidiabel (cijfermatige voorbeelden hebben dan betrekking op nieuwe Wsw-werknemers ingestroomd vanaf 1 januari 1998).
- • Bij begeleid werkers in CAO’s met volledige werkweken >36 uur, dienen uren te worden omgerekend naar 36-uurs equivalenten. Voorbeeld: een 34-urige aanstelling bij een volledige werkweek van 38 uur wordt dan geteld als een 32,2-uurs aanstelling. Een 20-urige aanstelling bij een volledige werkweek van 40 uur wordt dan geteld als een 18-uurs aanstelling (0,5 fte).
- • Alleen voor rubriek 2.2 kan als gevolg van het maximeren van de subsidie op een gemiddelde werkweek van 32 uur een verschil optreden tussen de kolommen realisatie en subsidiabel. Het aantal bij subsidiabel is bij verschil kleiner dan bij realisatie.
- • Aantallen SE’en worden afgerond op een decimaal (bv. 35,3 SE’en). Ook als de afronding op nul uitkomt, wordt deze vermeld (bv. 42,0 SE’en).
- • De gemeente doet opgave van de personen die op de wachtlijst zijn geplaatst.
- • De opgave van de gemeente betreft uitsluitend personen die ingezetene zijn van die gemeente.
- • De opgave van de wachtlijstgegevens vindt alleen plaats door een samenwerkingsverband als dit is gebaseerd op artikel 8, eerste lid, WGR én als de gemeente al haar taken en bevoegdheden aan dat samenwerkingsverband heeft overgedragen. Wanneer een gemeente niet is aangesloten bij een GR voor 2004, is die gemeente voor 2004 verantwoordelijk voor haar eigen wachtlijst. Gemeenten die gebruik maken van meerdere GR-verbanden zijn eveneens verantwoordelijk voor de eigen wachtlijst. Zij hebben immers hun taken en verantwoordelijkheden niet integraal aan één GR overgedragen.
- A de ingezetenen die na een (her)indicatiebeschikking op de wachtlijst zijn geplaatst en op de laatste dag van het betreffende kwartaal nog niet waren uitgestroomd vanwege plaatsing in het werknemersbestand of anderszins;
- B ingezetenen die vanuit de SV-regelingen in de Wsw zijn ingestroomd en onvrijwillig werkloos zijn geworden;
- C ‘oude’ werknemers die arbeid zijn gaan verrichten buiten het kader van de Wsw en vervolgens binnen drie jaar onvrijwillig werkloos zijn geworden en die niet direct instromen in het werknemersbestand Wsw.
- • De gemeente doet opgave van de personen (alleen eigen ingezetenen op het moment van plaatsing in het werknemersbestand) die vanaf 1 januari 1998 tot het werknemersbestand zijn toegelaten. Omdat de plaatsing alleen vanaf de wachtlijst of door naadloze overgang door verhuizing kan plaatsvinden en de wachtlijst vanaf 1 januari 1998 een verantwoordelijkheid van de gemeente is, heeft de gemeente over deze personen ook wachtlijstgegevens verstrekt (uitzondering vormt de zogenaamde overgang door verhuizing).
- • De opgave van dienstbetrekkingen die vanaf 1 januari 1998 e.v. zijn aangegaan, vindt alleen plaats door een samenwerkingsverband als dit voldoet aan de criteria van de nieuwe Wsw.
- • De gemeente of het WGR-verband waarnaar de taken van de oude bestuurlijke eenheid zijn overgegaan bij het in werking treden van de Wsw per 1 januari 1998, doet opgave van alle personen die al op 31 december 1997 een dienstbetrekking bij die bestuurlijke eenheid hadden. Het is hierbij niet van belang of de betrokkene ingezetene is van de betreffende gemeente of van een van de gemeenten die deel uitmaken van het WGR-verband.
- • Voorbeeld 1 Uitstroom van persoon A op 1 september 2004 met een arbeidsovereenkomst van 36 uur, aangegaan na 1 januari 1998 is uitgedrukt in uitstroom personen: 1 en uitgedrukt in arbeidsplaatsen: 1 fte.
- • Voorbeeld 2 Uitstroom van persoon B die tijdens het jaar een dienstverband is aangegaan van 18 uur, en tijdens het jaar weer uitstroomt: uitstroom in personen: 1, en uitstroom in arbeidsplaatsen: 0,5 fte.
- • Voorbeeld 3 Persoon C werkt 36 uur per week en gaat vanaf 1 augustus 2004 nog maar 28 uur werken. In personen bedraagt de uitstroom: 0 en in arbeidsplaatsen: 8/36 fte.
- • Voorbeeld 4 Persoon D werkt 36 uur per week aan het begin van het jaar, gaat vervolgens 16 uur werken (20 uur uitstroom), daarna weer 36 uur en eindigt het jaar met 16 uur (nogmaals 20 uur uitstroom). In totaal is er dus sprake van 40 uur uitstroom (en 20 uur instroom). In personen bedraagt de uitstroom: 0 en in arbeidsplaatsen: 1,1 fte (= 40/36).