Art. 157 Regeling wijziging constructie, Bedrijfsauto waarvan door een wijziging van de afstand tussen het hart van de koppeling en de voorzijde de totale lengte en de wielbasis niet wijzigt

Regeling wijziging constructie

1. Indien een bedrijfsauto is voorzien van een mechanische koppelinrichting voor het koppelen van een aanhangwagen, moet deze inrichting:

a. voldoen aan het bepaalde in richtlijn 94/20/EEG, of

b. indien de bedrijfsauto voor 1 januari 2005 in gebruik is genomen, behoren tot een Onze Minister voor 1 januari 1995 goedgekeurd type, zijn voorzien van de door hem in de goedkeuring voorgeschreven identificatiekenmerken, en zijn bevestigd overeenkomstig de voorschriften van de fabrikant van de koppelinrichting. Indien de bedrijfsauto is voorzien van een koppelingskogel, moet deze inrichting voldoen aan het bepaalde in de Regeling toelatingseisen.

2. Indien een bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg is voorzien van een inrichting tot het koppelen van een middenasaanhangwagen, moet de afstand van het laagste punt van de koppeling van het trekkend voertuig tot het wegdek ten minste een vijfde deel bedragen van de afstand van het laagste punt van die koppeling tot de achterste as van het trekkend voertuig.

3. Indien voor het koppelen van voertuigen bijzondere constructies aan de voertuigen worden toegepast, moeten deze constructies voldoen aan het bepaalde in de Regeling toelatingseisen van toepassing.