Art. 1 IJkregeling meetwerktuigen, Inleidende bepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
de IJkwet;
de meetwerktuigen, bedoeld in artikel 1, onder D, van het IJkreglement met uitzondering van:
a. de gasmeters;
b. de meetreservoirs, bedoeld in artikel 1 van de IJkregeling meetreservoirs;
c. de scheepstanks, bedoeld in artikel 1 van de IJkregeling scheepstanks;
d. de vloeistofhoogtemeters, bedoeld in artikel 1 van de IJkregeling vloeistofhoogtemeters;
e. de vloeistofmeters en de vloeistofmeetinstallaties, bedoeld in artikel 1 van de IJkregeling vloeistofmeters en vloeistofmeetinstallaties;
f. de taxameters;
meetwerktuigen, bestemd voor diktemeting, bestaande uit:
a. een geleidestang, waarop een verdeling is aangebracht in centimeters, halve centimeters of millimeters, en
b. een losse dook, die deel uitmaakt van een slede, met behulp waarvan die dook langs de geleidestang kan worden verschoven, alsmede een vaste dook;
voor de meting dienende ruimten van een meetwerktuig, die met behulp van verdeelstrepen, overlopen, aflooppijpen of andere begrenzingen in een of meer volumedelen zijn verdeeld;
meetwerktuigen, bestemd voor de discontinue vaststelling van het volume van andere vloeistoffen dan water, bestaande uit meetkamers en voorzien van bijzondere inrichtingen voor het vullen en ledigen van de meetkamers;
melkmeetemmers van 30 en 20 liter, niet voorzien van een aftap- of afloopinrichting;
het onderzoek, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de wet;
de keuring, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet;
de herhaalde keuring, bedoeld in artikel 11, vierde lid, van de wet;
het onderzoek, bedoeld in artikel 5:18 van de Algemene wet bestuursrecht;
de verklaring, bedoeld in artikel 11a, tweede lid, van de wet;
het eerste deel van het ijkmerk, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet.