Art. 10 IJkregeling meetsjablonen, Verdeling en becijfering
1. De deelstrepen moeten over de gehele lengte van de meetsjabloon onderling nagenoeg even breed zijn.
2. De breedte van de deelstrepen moet zodanig zijn dat geen onzekerheden van enige betekenis ten aanzien van de meetresultaten kunnen optreden.
3. De deelstrepen moeten door een regelmatige afwisseling in lengte of kleur een duidelijk beeld geven van de onderverdeling.
4. De deelstrepen, bedoeld in artikel 11, moeten duidelijk zijn onderscheiden van de overige deelstrepen.