Art. 55c Wet zeevarenden, Het tuchtcollege voor de scheepvaart

Wet zeevarenden

1. Tussen de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitters, de leden, en de plaatsvervangende leden van het tuchtcollege mag geen nauwe persoonlijke of zakelijke betrekking bestaan.

2. Voor de aanvang van hun werkzaamheden leggen zij in handen van de president van het College van Beroep voor het bedrijfsleven de eed of belofte af. Het formulier voor de eed of belofte wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.