Art. 19a Wet zeevarenden, Vaarbevoegdheden, kennis- en ervaringseisen
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden aanvullende beroepsvereisten vastgesteld, anders dan die bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, voor de uitoefening van specifieke functies of werkzaamheden aan boord. Hieronder worden voor functies op schepen, waarop het STCW-Verdrag van toepassing is, in ieder geval begrepen de trainingen, genoemd in de hoofdstukken V en VI van de bijlage bij dat verdrag.
2. Zeevarenden volgen voorafgaand aan hun tewerkstelling aan boord van een schip de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vereiste bijscholings- of herhalingstrainingen.
3. De in het eerste en tweede lid bedoelde opleidingen kunnen op aanvraag door Onze Minister worden erkend.
4. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot:
a. de aanvraag voor de erkenning;
b. de intrekking van de erkenning.
5. Onze Minister stelt de criteria vast op grond waarvan een aanvraag voor een erkenning wordt beoordeeld.