Bijlage 1 Uitvoeringsregeling BMKB 1997: model overeenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 en artikel 2, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling BMKB 1997 PM(bedrijfsborgstellingskrediet; één kredietinstelling)

Uitvoeringsregeling BMKB 1997

De Staat der Nederlanden, hierna te noemen: de staat, ten deze vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken, hierna te noemen: de minister en ten deze vertegenwoordigd door ........... hierna te noemen: de Bank, komen overeen als volgt: In deze overeenkomst wordt verstaan onder: De staat stelt zich borg ten behoeve van de Bank voor de terugbetaling van bedrijfsborgstellingskredieten die met inachtneming van het Besluit borgstelling MKB-kredieten 1997 en deze overeenkomst door de Bank worden verstrekt. Deze borgstelling wordt aangegaan onder de navolgende bedingen. De toepasselijkheid van deze borgstellingsovereenkomst op een krediet of een deel van een krediet kan uitsluitend worden ingeroepen: De minister bevestigt de ontvangst van een meldingsformulier schriftelijk binnen 35 dagen na ontvangst. Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder c, is de volgorde van ontvangst van de meldingsformulieren door de minister bepalend. De meldingen, bedoeld in het eerste lid onder a, worden gedaan met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier. Voor de toepassing van artikel 3, eerste lid, onder d, worden mede in aanmerking genomen de bedragen die een gelieerde bank uit hoofde van een gelijktijdig met het sluiten van de kredietovereenkomst door de Bank, uit hoofde waarvan een bedrijfsborgstellingskrediet aan de ondernemer wordt verstrekt, gesloten kredietovereenkomst aan de ondernemer verstrekt, indien de zekerheden van de gelieerde bank ter zake van die bedragen mede strekken tot zekerheid van de Bank. Voor de berekening van de omvang van de borgstelling wordt een bedrijfsborgstellingskrediet slechts in aanmerking genomen voor zover door de verstrekking van het bedrijfsborgstellingskrediet het totaal van de bedrijfsborgstellingskredieten, berekend per ondernemer of, indien de ondernemer deel uitmaakt van een groep, per groep, een bedrag van € 1.500.000,– niet overschrijdt. Voor de berekening van de omvang van de borgstelling wordt een s