Art. 9.33 Regeling toelatingseisen, Motorfietsen in gebruik genomen na 26 november 1975 doch vóór 1 januari 1995
1. Het dimlicht moet aan de voorzijde van het voertuig zijn aangebracht op een hoogte van niet minder dan 0,40 m en niet meer dan 1,25 m boven het wegdek.
2. Het achterlicht aan de achterzijde moet zijn aangebracht op een hoogte van niet minder dan 0,35 m en niet meer dan 1,60 m boven het wegdek.
3. Het remlicht moet zijn aangebracht:
a. in het midden;
b. op een hoogte van niet minder dan 0,35 m en niet meer dan 1,60 m boven het wegdek.
4. De niet-driehoekige rode retroreflectoren moeten aan de achterzijde zijn aangebracht op een hoogte van niet minder dan 0,35 m en niet meer dan 1,20 m boven het wegdek.