Art. 9.23 Regeling toelatingseisen, Drijfsauto's in gebruik genomen vóór 1 juli 1967

Regeling toelatingseisen

Het voertuig moet zijn voorzien van:

a. twee of vier grote lichten;

b. twee dimlichten die, indien het voertuig na 31 december 1957 doch vóór 1 juli 1967 in gebruik is genomen, moeten zijn voorzien van een goedkeuringsmerk zoals weergegeven in figuur 1;

c. twee of vier stadslichten;

d. twee richtingaanwijzers aan de voorzijde en twee aan de achterzijde van het voertuig, dan wel één richtingaanwijzer aan elke zijkant;

e. één zijrichtingaanwijzer aan elke zijkant van het voertuig, indien het voertuig langer is dan 6,00 m en de richtingaanwijzer aan de voorzijde aan de zijkant niet duidelijk zichtbaar is;

f. twee of vier achterlichten;

g. één of twee remlichten;

h. een installatie ter verlichting van de aan de achterzijde van het voertuig aangebrachte kentekenplaat;

i. twee niet-driehoekige rode retroreflectoren aan de achterzijde van het voertuig;

j. twee markeringslichten aan de voorzijde en twee aan de achterzijde van het voertuig indien het voertuig breder is dan 2,60 m;

k. niet-driehoekige ambergele retroreflectoren aan elke zijkant van het voertuig indien het voertuig langer is dan 6,00 m;

l. een markering aan de achterzijde van het voertuig indien de toegestane maximum massa van het voertuig meer bedraagt dan 3500 kg; deze eis geldt niet voor:

1º trekkers;

2º voertuigen zie zijn ingericht voor het vervoer van personen, met meer dan acht zitplaatsen, de bestuurdersplaats niet meegerekend;

3º de in artikel 2.10.9. van de regeling permanente eisen genoemde voertuigen.