Art. 9.2 Regeling toelatingseisen, Personenauto's in gebruik genomen na 30 juni 1967 doch vóór 1 januari 1995
Het voertuig moet zijn voorzien van:
a. twee of vier grote lichten;
b. twee dimlichten, voorzien van een goedkeuringsmerk zoals weergegeven in figuur 1;
c. twee stadslichten;
d. twee richtingaanwijzers aan de voorzijde en twee aan de achterzijde van het voertuig;
e. één zijrichtingaanwijzer aan elke zijkant van het voertuig, indien het voertuig voorzien is van een aanhangwagenkoppeling en de richtingaanwijzer aan de voorzijde aan de zijkant niet duidelijk zichtbaar is;
f. twee achterlichten;
g. twee remlichten;
h. een installatie ter verlichting van de aan de achterzijde van het voertuig aangebrachte kentekenplaat;
i. twee niet-driehoekige rode retroreflectoren aan de achterzijde van het voertuig voorzien van een goedkeuringsmerk zoals weergegeven in figuur 2.