Art. 9.16 Regeling toelatingseisen, Bedrijfsauto's in gebruik genomen na 30 juni 1967 doch vóór 1 januari 1995
Het voertuig moet zijn voorzien van:
a. twee of vier grote lichten;
b. twee dimlichten voorzien van een goedkeuringsmerk zoals weergegeven in figuur 1;
c. twee stadslichten;
d. twee richtingaanwijzers aan de voorzijde en twee aan de achterzijde van het voertuig;
e. één zijrichtingaanwijzer aan elke zijkant van het voertuig indien het voertuig langer is dan 6,00 m en de richtingaanwijzer aan de voorzijde aan de zijkant niet duidelijk zichtbaar is;
f. twee achterlichten;
g. twee remlichten;
h. een installatie ter verlichting van de aan de achterzijde van het voertuig aangebrachte kentekenplaat;
i. twee niet-driehoekige rode retroreflectoren aan de achterzijde van het voertuig voorzien van een goedkeuringsmerk zoals weergegeven in figuur 2;
j. twee markeringslichten aan de voorzijde en twee aan de achterzijde van het voertuig indien het voertuig breder is dan 2,60 m;
k. niet-driehoekige ambergele retroreflectoren, voorzien van een goedkeuringsmerk zoals weergegeven in figuur 2, aan elke zijkant van het voertuig indien het voertuig langer is dan 6,00 m;
l. een markering aan de achterzijde van het voertuig indien de toegestane maximum massa van het voertuig meer bedraagt dan 3500 kg; deze eis geldt niet voor:
1º trekkers;
2º voertuigen die zijn ingericht voor het vervoer van personen, met meer dan acht zitplaatsen, de bestuurdersplaats niet meegerekend;
3º de in artikel 2.10.9 van de Regeling permanente eisen genoemde voertuigen.