Art. 9.12 Regeling toelatingseisen, Verlichting, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen
1. De in artikel 9.9 bedoelde lichten moeten goed werken.
2. Lichten met dezelfde functie moeten van gelijke grootte, gelijke kleur en gelijke of nagenoeg gelijke sterkte zijn. Lichten en retroreflecterende voorzieningen met dezelfde functie moeten symmetrisch links en rechts van het midden van het voertuig en op gelijke hoogte zijn bevestigd.
3. Indien de personenauto is uitgerust met vier lichten met dezelfde functie geldt het bepaalde in het tweede lid voor de paarsgewijs, symmetrisch aan weerszijden, aangebrachte lichten.
4. De in artikel 9.9 bedoelde lichten en retroreflectoren mogen niet zijn afgeschermd of kunnen worden afgeschermd door enig voertuigdeel.