Art. 8.6 Regeling toelatingseisen, Bussen in gebruik genomen na 30 juni 1985

Regeling toelatingseisen

1. Geen deel van de rugleuning van een naast de bestuurderszitplaats aanwezige zitplaats, welke ten opzichte van de bestuurderszitplaats naar voren is geplaatst, mag zich voor een denkbeeldig verticaal vlak loodrecht op het mediaanlangsvlak van het voertuig 80 mm achter het in artikel 8.3 gedefinieerde punt V bevinden.

2. Geen deel van de rugleuning van een naast de bestuurderszitplaats aanwezige zitplaats, welke ten opzichte van de bestuurderszitplaats naar achteren is geplaatst, mag zich voor een denkbeeldig verticaal vlak loodrecht op het mediaanlangsvlak van het voertuig door het in artikel 8.3 gedefinieerde punt V bevinden.