Art. 8.48 Regeling toelatingseisen, Eisen aan de zijdelingse afscherming achter de voorste achteras van bedrijfsauto's en aanhangwagens in gebruik genomen na 31 december 1994, aan de zijdelingse afscherming voor de voorste as en achter de voorste achteras van middenasaanhangwagens in gebruik genomen na 31 december 1994, alsmede aan de zijdelingse afscherming van bedrijfsauto's met een toegestane maximum massa van meer dan 3.500 kg, in gebruik genomen na 31 mei 1997 en voorzien van meer dan drie assen
1. De in artikel 8.47 bedoelde zijdelingse afscherming moet deugdelijk zijn bevestigd.
2. De zijdelingse afscherming moet aanwezig zijn op een afstand van niet meer dan 0,12 m binnenwaarts ten opzichte van het breedste punt van het voertuig. Indien het voertuig na het breedste punt in breedte afneemt, in achterwaartse richting, moet de afstand van 0,12 m worden gemeten vanaf het verticale raakvlak door het breedste punt en enig raakpunt met een daarachter gelegen voertuigdeel, zoals weergegeven in figuur 20.
3. Een naar voren gericht vrij uiteinde van een afzonderlijk aangebracht profiel moet ten minste 0,10 m binnenwaarts zijn omgezet dan wel zijn doorgetrokken tot een erboven, ervoor of eronder gelegen voertuigdeel.