Art. 8.40 Regeling toelatingseisen, Eisen aan de beschermingsinrichting aan de achterzijde van bedrijfsauto's alsmede van aanhangwagens met een toegestane maximum massa van meer dan 750 kg in gebruik genomen na 30 juni 1967 doch vóór 1 januari 1995
1. Het voertuig moet aan de achterzijde in het gebied dat is gelegen tussen de volgende vlakken zijn voorzien van een beschermingsinrichting waarvan de onderzijde zich niet meer dan 0,70 m boven het wegdek bevindt, zoals weergegeven in figuur 15:
a. het verticale dwarsvlak dat raakt aan de achterzijde van het voertuig en het verticale dwarsvlak dat 1,00 m daarvoor is gelegen;
b. de verticale langsvlakken aan weerszijden van het voertuig die op een afstand van niet meer dan 0,10 m binnenwaarts ten opzichte van de buitenste zijden van de wielen van de breedste achteras zijn gelegen.
2. Bij het bepalen van het onder het eerste lid, onderdeel a, genoemde vlak worden voertuigdelen die zich op meer dan 2,00 m boven het wegdek bevinden buiten beschouwing gelaten.