Art. 8.30b Regeling toelatingseisen, Eisen met betrekking tot de verstelbaarheid, de afmetingen en het gezichtsveld van breedtespiegels voor bedrijfsauto’s, als bedoeld in artikel 3.3.32, tiende lid, van het Voertuigreglement

Regeling toelatingseisen

De breedtespiegel is zodanig geplaatst dat de bestuurder hiermee het gezichtsveld heeft, zoals weergegeven in figuur 14a, waarbij de bestuurder zicht heeft op:

a. een punt op het wegdek, gelegen op 1,50 m achter de oogpunten van de bestuurder en op de projectie van de rechterzijkant of het verlengde daarvan van het voertuig,

b. een punt op het wegdek, gelegen op 1,50 m achter de oogpunten van de bestuurder en op 4,50 m naast de rechterzijkant of het verlengde daarvan van het voertuig,

c. een punt op het wegdek, gelegen op 10,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en op 15,00 m naast de rechterzijkant of het verlengde daarvan van het voertuig,

d. een punt op het wegdek, gelegen op 25,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en op de projectie van de rechterzijkant van het voertuig, en

e. een punt op het wegdek, gelegen op 25,00 m achter de oogpunten van de bestuurder en op 15,00 m naast het verlengde van de rechterzijkant van het voertuig.