Art. 8.29 Regeling toelatingseisen, Eisen met betrekking tot oppervlakte, plaatsing, verstelbaarheid en gezichtsveld van spiegels van personenauto's, bedrijfsauto's en motorfietsen in gebruik genomen vóór 1 januari 1995
1. Het spiegelend oppervlak moet vlak of sferisch convex zijn.
2. De krommingsstraal van het sferisch convex spiegelend oppervlak van:
a. de binnenspiegel, linkerbuitenspiegel en rechterbuitenspiegel mag niet minder bedragen dan 1,20 m;
b. de trottoirspiegel en de breedtespiegel mag niet minder bedragen dan 0,40 m.