Art. 8.24 Regeling toelatingseisen, Eisen met betrekking tot oppervlakte, plaatsing, verstelbaarheid en gezichtsveld van spiegels van personenauto's, bedrijfsauto's en motorfietsen in gebruik genomen vóór 1 januari 1995

Regeling toelatingseisen

De linkerbuitenspiegel van personenauto's en bedrijfsauto's moet zodanig zijn geplaatst dat de bestuurder vanaf een punt gelegen op 10,00 m afstand achter de oogpunten van de bestuurder tot aan de horizon, ten minste een vlak en horizontaal weggedeelte met een breedte van 2,50 m kan overzien. Dit gedeelte wordt rechts begrensd door het aan de lengte-as van het voertuig evenwijdige verticale vlak door het meest linkse punt van het voertuig, zoals weergegeven in figuur 10.