Art. 7.98 Regeling toelatingseisen, Anhangwagens in gebruik genomen na 30 september 1971 doch vóór 1 oktober 1975
1. De vastzetinrichting moet:
a. blijvend in werking kunnen worden gesteld door een geheel mechanische overbrenging. Dit geldt niet als de vastzetinrichting automatisch in werking treedt bij het uitvallen van de bedrijfsrem;
b. met een kracht van niet meer dan 600 N bediend kunnen worden;
c. de beladen aanhangwagen op een helling van 16% in beide richtingen in stilstand kunnen houden.
2. Een vastzetinrichting die in werking wordt gesteld door het neervallen van de trekdriehoek of trekboom wordt niet als vastzetinrichting aangemerkt.