Art. 7.66 Regeling toelatingseisen, Driewielige motorrijtuigen met een ledige massa van niet meer dan 400 kg in gebruik genomen vóór 1 april 1990

Regeling toelatingseisen

1. Een van de remmen moet het driewielig motorrijtuig op een helling van 18% in beide richtingen in stilstand kunnen houden. Hieraan wordt voldaan indien de remvertraging, uitgaande van een aanvangssnelheid van 15 km/h, op een droge of nagenoeg droge en ongeveer horizontaal liggende weg, ten minste 1,5 m/s² bedraagt.

2. De rem moet in werking kunnen worden gesteld door een geheel mechanische overbrenging en moet in aangezette toestand kunnen worden vergrendeld.